Archief voor november, 2012

Binnen een week na de opening van het Cabaret Voltaire haalt Hugo Ball met succes Richard Huelsenbeck over om naar Zürich te komen. Tot nu toe worden gedichten voorgedragen en muziekstukken uitgevoerd. Met Huelsenbeck krijgen de avonden al gauw een ander karakter. In zijn dagboek Die Flucht aus der Zeit heeft Ball onder meer de volgende aantekeningen geschreven:

Huelsenbeck is aangekomen. Hij pleit ervoor dat men het ritme versterkt (het negerritme). Hij zou het liefst de literatuur de grond in trommelen. (11 februari 1916)

Op de 9de droeg Huelsenbeck voor. Hij laat, als hij optreedt, zijn Spaans rietje niet los en zwiept daarmee af en toe door de lucht. Dat werkt opwindend op de toehoorders. Men vindt hem arrogant en zo ziet hij er ook uit. De neusvleugels trillen, de wenkbrauwen zijn omhoog gezwaaid. De mond, waar een ironisch trekje om speelt, is moe en toch beheerst. Zo leest hij, begeleid door de grote trom en door gebrul, gefluit en gelach.
Zijn verzen zijn een poging om de totaliteit van deze onbeschrijflijke tijd met al zijn barsten en sprongen, met al zijn boosaardige en waanzinnige stemmingen, met al zijn lawaai en gedempt kabaal in een verlichte melodie te vangen. Vanuit het fantastische onderaardse glimlacht het Gorgonenhoofd in zijn grenzeloze verschrikking
. (11 maart)

Ball ziet in Huelsenbecks lawaaiige voordrachten en arrogante pose een uiting van de verschrikkingen van die waanzinnige oorlogstijd.

Wat we opvoeren is een klucht en een dodenmis tegelijk. (12 maart)

Zo hebben de literatuur- en muziekvoordrachten in Cabaret Voltaire intussen een gitzwart randje gekregen. Het artistieke amusement dat Ball voor deze avonden voor ogen had, wordt steeds levendiger maar ook grimmiger. Die levendigheid en grimmige opwinding bevallen hem uitstekend. Hij ergert zich mateloos aan de saaiheid van de gebruikelijke literaire avonden. Het publiek moet juist scherp gehouden worden door zijn verwachtingen steeds op de proef te stellen. In een luide voordracht bewijst zich de kracht van een gedicht, vindt Ball:

en ik heb van het podium geleerd in welke mate de huidige literatuur tekortschiet, namelijk dat die aan de schrijftafel in elkaar geprutst is voor de bril van de verzamelaar, in plaats van voor de oren van levende mensen. (2 maart)

Advertenties

Cabaret Voltaire (1)

Geplaatst: 25 november 2012 in Uncategorized
Tags:, ,

Waarom noemt een experimentele popband uit Sheffield zich midden jaren zeventig Cabaret Voltaire? Uit enthousiasme voor dada. Geïnspireerd door dada. Door een gevoel van verwantschap met dada. Dada als mentaliteit, open voor experiment, open voor het doorbreken van ingesleten patronen, op zoek naar nieuwe waarden. Op de popband Cabaret Voltaire kom ik in een later bericht terug. Nu eerst iets over het ontstaan van dada in die beroemd geworden kunstenaarskroeg Cabaret Voltaire aan de Zürichse Spiegelgasse, die overigens maar een krap half jaar bestaan heeft. In zijn hoogtijdagen bracht het een spektakel van luide, provocerende voordrachten, begeleid door grote trom, ratels en ander lawaaigerei, modern-klassieke muziek, experimentele dichtvormen, en geïmproviseerde dansen met maskers in bizarre kostuums. Maar dat spektakel was er niet meteen – het cabaret begon een stuk
beschaafder. Een korte geschiedenis.

In Europa woedt de Eerste Wereldoorlog. Behalve in een paar neutraal gebleven landen, waaronder Zwitserland. Vooral Zürich blijkt een geliefd toevluchtsoord voor veel internationale schrijvers en beeldende kunstenaars.

Voorgeschiedenis: München 1913. De schrijver en theaterman Hugo Ball ontmoet de actrice Emmy Hennings. Ze worden een stel. Ze maken er kennis met de geneeskunde- en literatuurstudent Richard Huelsenbeck. Eind 1914 verhuizen Ball en Hennings naar Berlijn, Huelsenbeck volgt. In Berlijn organiseren ze literaire anti-oorlogsavonden, die opvallend fel van toon zijn. Huelsenbeck draagt er zijn later beroemd geworden ‘negergedichten’ al voor (gedichten van ‘Afrikaans’ klinkende woorden), die hij begeleidt met slagen op een grote trom. Ball en Hennings verruilen Berlijn in mei 1915 voor Zürich, waar ze deelnemen aan een bestaand cabaret. Cabarets waren er in Duitsland en Zwitserland sinds begin 20e eeuw, overgewaaid vanuit Parijs. Maar al snel krijgen Ball en Hennings genoeg van de clichématige invulling van de voorstellingen, en willen nu een eigen cabaret beginnen, gericht op literatuurvoordrachten en muziekuitvoeringen. Begin 1916 vinden ze daarvoor een podium in de kroeg ‘Meierei’ van een Hollandse uitbater, die er al eerder een cabaret (‘Pantagruel’) onderdak had geboden. Het doel is onafhankelijk artistiek amusement, van een hoger niveau dan het platte vermaak van de meeste cabarets. Het persbericht van Hugo Ball luidt:

Cabaret Voltaire. Onder deze naam heeft zich een gezelschap jonge kunstenaars en literaten gevestigd, die als doel hebben een centrum voor artistiek amusement te scheppen. Het principe van het cabaret is, dat er bij de dagelijkse samenkomsten muzikale en literaire voordrachten van de als gasten aanwezige kunstenaars plaatsvinden, en daarbij wordt de jonge kunstenaars­gemeenschap van Zürich uitgenodigd om zonder voorbehoud van een bijzondere richting met voorstellen en bijdragen te verschijnen.

Cabaret Voltaire wordt op 5 februari 1916 geopend. Op de avonden komen al meteen kunstenaars uit verschillende landen af, waaronder de Elzasser Hans Arp, en de Roemenen Tristan Tzara en Marcel Janco. De voorstellingen staan in het teken van moderne kunst – voordachten van moderne Duitse, Franse en Russische literatuur, en piano-uitvoeringen door Ball van eigentijdse componisten als Liszt, Debussy en Rachmaninov. Het podium wordt omlijst met schilderijen en prenten in de stijlen van de actuele stromingen: kubisme, futurisme, expressionisme.

Hugo Ball & Emmy Hennings