dada, het woord

Geplaatst: 9 januari 2013 in Uncategorized
Tags:, , , , ,

DADA. Het woordje dat een begrip zou worden. Een woord bestaand uit twee identieke lettergrepen, da-da. Krachtig klinkend in zijn eenvoud. Betekenisloos in het Nederlands. Ook in het Duits, de hoofdtaal die in het Zürichse Cabaret Voltaire werd gesproken. Dit kunstenaarsgezelschap was al een paar maanden bezig met optredens voordat de deelnemende performers een gemeenschappelijke naam vonden waarmee ze de gekte van hun optredens konden benoemen. Die optredens bestonden uit poëzievoordrachten, muziekuitvoeringen, redevoeringen, dans – steeds vaker gelardeerd met theatrale experimenten, maskers en kostuums, het slaan op een grote trom, geratel met kinderratels, gestamp met enkelbelletjes, geschreeuw en publieksbeledigingen.

De eerste vermelding van het woord ‘dada’ komt voor in een dagboekaantekening van Hugo Ball van 18 april 1916:

Tzara zeurt over het tijdschrift. Mijn voorstel om het Dada te noemen wordt aangenomen. … Dada betekent in het Roemeens “ja, ja”, in het Frans een stokpaardje. Voor Duitsers is het een teken van dwaze naïviteit en een trots-blije verbondenheid met de kinderwagen.

Maar hoe kwamen ze aan dat woordje, dada. Daarover bestaan – typisch dada – tegenstrijdige verhalen. De belangrijkste claims komen van Richard Huelsenbeck en Tristan Tzara. Beiden beweren het toevallig in een woordenboek of lexicon te hebben gevonden. En beide claims worden verdedigd door verschillende mededadaïsten.

In de ‘Chronique Zurichoise’ die Tzara voor Huelsenbecks Dada Almanach (1920) had opgetekend, staat te lezen:

Een woord werd geboren, men weet niet hoe DADA DADA men zwoer vriendschap op de nieuwe transmutatie, die niks betekent, en die het meest formidabele p r o t e s t werd, de meest intense bevestiging gewapend met het saluut vrijheid vloek massa strijd gebed rust privéguerilla ontkenning en chocola van de wanhopige.

 Huelsenbeck bracht zijn versie van de vondst in zijn beknopte dadageschiedenis En avant Dada uit 1920:

Het woord Dada werd door Hugo Ball en mij bij toeval in een Duits-Frans woordenboek ontdekt, toen we een nieuwe naam zochten voor Madame le Roy, de zangeres van ons cabaret. Dada betekent in het Frans houten paardje. Het maakt indruk door zijn kortheid en zijn suggestiviteit. Dada werd in korte tijd het uithangbord voor alles wat we in het Cabaret Voltaire aan kunst lanceerden.

Tzara verklaarde in 1921:

Het gegeven dat DADA gekozen is als titel voor mijn tijdschrift, in 1916, in Zwitserland, heeft niets abnormaals: ik was met vrienden, ik zocht in een woordenboek naar een geschikt woord dat goed zou klinken in alle talen, het was al bijna nacht toen een groene hand zijn afzichtelijkheid op een pagina van de Larousse deponeerde – op een precieze manier Dada aanwijzend – mijn keus was gemaakt, ik stak een sigaret op en dronk een zwarte koffie. – Want DADA moest niets betekenen en tot geen enkele uitleg leiden over dit brok relativisme dat geen dogma en geen school is, maar een groep individuen en vrije geesten.

Tzara’s claim werd, heel veel jaren later (1982) nog bevestigd door dadabroeder Marcel Janco, met wie Tzara in 1915 Roemenië had verruild voor Zwitserland.

Ook Hans Arp legde de claim bij Tzara neer, maar dan wel op een heel ironische manier:Arp monocle

Ik verklaar hierbij dat Tristan Tzara het woord Dada op 8 februari 1916 om zes uur ’s avonds heeft gevonden; ik was erbij aanwezig met mijn twaalf kinderen toen Tzara dit woord, dat ons van een gerechtvaardigd enthousiame vervulde, uitsprak. Dit gebeurde in het Café de la Terrasse in Zürich en ik droeg een brioche in mijn linker neusgat.

Terzijde: die brioche zou – om de ironie te versterken – een verwijzing kunnen zijn naar het dragen van een monocle, een interessantdoenerige gril bij enkele dadaïsten, met name Tzara, Huelsenbeck en Raoul Hausmann. Tzara droeg hem gewoonlijk voor zijn rechteroog, Huelsenbeck en Hausmann voor hun linker. Overigens had Arp geen kinderen.

Arp vervolgt:

Ik ben ervan overtuigd dat dit woord geen enkel belang heeft en dat er slechts zwakzinnigen en Spaanse professoren zijn die zich voor de feiten kunnen interesseren.

Maar ook Tzara zelf relativeerde jaren later zijn claim door te stellen dat zijn verhaal van de vondst alleen maar een geaccepteerd verhaal is, en dat bij zulke zo duidelijk ingeburgerde verhalen de grens tussen fictie en werkelijkheid altijd vaag is. En dat dit verhaal dus evengoed overeen kon komen met de werkelijkheid.

De meest waarschijnlijke versie is toch die van Huelsenbeck, ook omdat die later nog bevestigd wordt door Ball in een brief aan Huelsenbeck van 8 november 1926, waarin laatstgenoemde gevraagd wordt een stukje te schrijven over Balls nog uit te brengen dagboek Die Flucht aus der Zeit:

Jij zou dan het laatste woord hierover hebben, net zoals je het eerste had. 

Maar interessanter zijn Balls karakteriseringen van dada en de dadaïst. In zijn dagboek geeft Ball in aantekeningen van 12 juni 1916 enkele treffende kenmerken:

Wat wij Dada noemen, is een narrenspel uit het niets, waarin alle belangrijke vragen verwikkeld zijn; een gladiatorengebaar; een spel met de schamele overblijfselen; een terechtstelling van de gespeelde moraliteit en dikdoenerij.

De dadaïst vertrouwt de oprechtheid van gebeurtenissen meer dan de gevatheid van personen. Personen kan hij goedkoop krijgen, de eigen persoon niet uitgezonderd. Hij gelooft niet meer in het begrip van de dingen vanuit één gezichtspunt, en hij is nog altijd zo overtuigd van de samenhang van alles, dat hij aan dissonanten lijdt totdat hij opgelost is.

De dadaïst vecht tegen de doodsstrijd en de doodsroes van zijn tijd. … Hij weet dat de wereld van systemen in puin ging en dat de op contante betaling aandringende tijd een ramsj-uitverkoop van ontgoddelijkte filosofieën geopend heeft. Waar voor de kraamhouder de schrik en het slechte geweten begint, daar begint voor de dadaïst een schaterend gelach en een milde kalmering.

En het genoemde tijdschrift DADA? De eerste gezamenlijke publicatie van de Cabaret Voltaire-dadaïsten is een verzameling gedichten en foto’s van schilderijen en prenten uit mei 1916 onder de naam Cabaret Voltaire. In de laatste zin van zijn inleiding kondigt Ball een ‘internationaal’ tijdschrift aan onder de naam DADA. Het eerste nummer van dat tijdschrift verschijnt echter pas ruim een jaar later, in juli 1917.

Ten slotte: ‘Dada’ was ook een merknaam van cosmetische producten, gefabriceerd door de Zürichse firma Bergmann & Co. Dit was de dadaïsten bekend, want Ball zinspeelt hierop aan het eind van zijn Dada-manifest, dat hij voordroeg op 14 juli 1916:

Dada, dat is de ziel van de wereld. Dada is de grote truc, Dada is de beste leliemelkzeep van de wereld.

DADA Kopfwasser

Advertenties
reacties
  1. Menno schreef:

    ja, ja…..meer Dada.

    Like

  2. […] te uiten, om hun gedachten en gevoelens over de eigen tijd te verwoorden. Daar werd het woordje ‘dada’ gevonden om een label te plakken op hun steeds irrationelere, provocerende performances. Een […]

    Like

  3. […] vonden de performers van Cabaret Voltaire na een paar maanden een naam, een woordje: DADA (dada, het woord). DADA werd de gemeenschappelijke noemer voor wat ze deden en maakten, dus ook voor hun beeldende […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s