Cabaret Voltaire & Talking Heads

Geplaatst: 21 januari 2013 in Uncategorized
Tags:, , , , , , , ,

I Zimbra

Hoe een dadaïstisch klankgedicht uit 1916 de basis vormt voor een opzwepend nummer uit 1979 van de Amerikaanse band Talking Heads.

Het derde album van Talking Heads opent met het nummer ‘I Zimbra’. Dat begint met een aanstekelijk ritme op conga’s en drums, gevolgd door een funky gitaarrifje, een spaarzame, disco-funky baspartij en een even funky slaggitaar, waarna door meerdere stemmen een tekst van vreemde woorden wordt gezongen, of eigenlijk luid voorgedragen:

GADJI BERI BIMBA CLANDRIDI
LAULI LONNI CADORI GADJAM
A BIM BERI GLASSALA GLANDRIDE
E GLASSALA TUFFM I ZIMBRA

BIM BLASSA GALASSASA ZIMBRABIM
BLASSA GLALLASSASA ZIMBRABIM

A BIM BERI GLASSALA GRANDRID
E GLASSALA TUFFM I ZIMBRA

GADJI BERI BIMBA GLANDRIDI
LAULI LONNI CADORA GADJAM
A BIM BERI GLASSASA GLANDRID
E GLASSALA TUFFM I ZIMBRA

Cabaret Voltaire, Zürich, juni 1916.

ball_hugo

Op 23 juni stond Hugo Ball in een bizarre outfit op het podium. Dit zelfgemaakte kostuum bestond uit glanzendblauwe kartonnen kokers rond zijn lijf en zijn benen, een grote kraag gemaakt van een vel karton, goudkleurig van buiten en rood van binnen, waarvan twee punten op borsthoogte met een vlinderstrik waren samengebonden, zodat hij die kraag een beetje beweging kon geven. Zijn armen waren ook in kokers gestoken en de handen waren bedekt met klauwachtige vormen. Op zijn hoofd droeg hij een hoge cilindervormige, blauwwit gestreepte ´sjamanenhoed´. Omdat hij in dat kostuum nauwelijks zelf kon lopen, liet hij zich in het donker op het podium tillen, en begon langzaam en plechtig te declameren:

gadji beri bimba glandridi laula lonni cadori
gadjama gramma berida bimbala glandri galassassa laulitalomini
gadji beri bin blassa glassala laula lonni cadorsu sassala bim
gadjama tuffm i zimzalla binban gligla wowolimai bin beri ban
o katalominai rhinozerossola hopsamen laulitalomini hoooo
gadjama rhinozerossola hopsamen
bluku terullala blaulala loooo

zimzim urullala zimzim urullala zimzim zanzibar zimzalla zam
elifantolim brussala bulomen brussala bulomen tromtata
velo da bang band affalo purzamai affalo purzamai lengado tor
gadjama bimbalo glandridi glassala zingtata pimpalo ögrögöööö
viola laxato viola zimbrabim viola uli paluji malooo

tuffm im zimbrabim negramai bumbalo negramai bumbalo tuffm i zim
gadjama bimbala oo beri gadjama gaga di gadjama affalo pinx
gaga di bumbalo bumbalo gadjamen
gaga di bling blong
gaga blung

Balls kostuum was zo extravagant, dat zijn toch al lastig uit te spreken woorden er de concurrentie mee moesten aangaan – hij vroeg zich af hoe hij deze opvoering tot een goed einde moest brengen. Hij merkte dat hij steeds meer een soort priesterlijke intonatie hanteerde – een trage, klaaglijk-zangerige cadans. Even leek hij een ‘half-bange, half-nieuwsgierige tienjarige jongen, die in de requiems en hoogmissen van zijn parochie trillend en gretig aan de lippen van de priester hangt.’  Na afloop ging volgens afspraak het licht uit en werd hij ‘zwetend, als een magische bisschop’ van het podium gedragen.

Ball theoretiseerde over de kracht van bepaalde woorden en klanken, die zich ‘met een hypnotiserende macht in het geheugen ingraven’, om er even onweerstaanbaar weer uit op te kunnen duiken. Die universeel krachtige woorden en klanken stammen voor een deel ‘uit oeroude toverteksten.’  Dat zulke woorden wekenlang bij het publiek konden blijven hangen, ervoer hij regelmatig in de tijd van het Cabaret Voltaire. Bij de ‘negergedichten’ van Richard Huelsenbeck bijvoorbeeld. Maar uiteindelijk waren het Balls eigen klankgedichten die je als het ultieme gevolg van deze theorieën zou kunnen beschouwen. In zijn dagboekaantekening van 23 juni zegt hij: ‘Ik heb een nieuwe soort gedichten uitgevonden, “gedichten zonder woorden” of klankgedichten.’

Ball verbond de abstractie en betekenisloosheid van zijn klankgedichten met kritiek op de ‘verdorven’ taal, zoals die bijvoorbeeld in de journalistiek gebruikt wordt. Deze taal is immers ook de taal van de oorlogsvoering, van de propaganda, en van opgedrongen maatschappelijke waarden. Tegen die gangbare, ‘verdorven’ taal zette Ball zich af door zich terug te trekken in een nieuwe dichttaal, waarin hij de toekomst van de poëzie zag:

Trek je terug in de meest innerlijke alchemie van het woord, geef het woord zelf ook maar prijs, en behoud zo de allerheiligste plek voor de poëzie. Zie ervan af uit de tweede hand te dichten, door woorden over te nemen (om van zinnen maar helemaal te zwijgen), die je niet gloednieuw voor eigen gebruik hebt uitgevonden.

Overigens was Ball al een jaar vóór zijn Cabaret Voltaire-periode gefascineerd door de verschillende manieren waarop woorden gebruikt konden worden. Van de futurist Filippo Marinetti had hij in juli 1915 een poëzie-affiche “Parole in libertà” toegestuurd gekregen, dat hem bijzonder intrigeerde – letters sprongen alle kanten uit om in nieuwe samenstellingen weer op te duiken, betekenissen waren uit hun verband geraakt, woorden waren uit elkaar gevallen ‘tot in het meest innerlijke scheppingsproces’.  Ball schreeft toen:

Het woord is prijsgegeven; het heeft onder ons gewoond.
Het woord is koopwaar geworden.
Het woord moet je laten staan.
Het woord heeft elke waardigheid verloren
.

Ball vond dat waar de futuristen het woord ‘met licht en lucht’ nieuw leven inbliezen door het uit zijn gezapige context te halen en het ‘warmte, beweging en zijn van oorsprong onbekommerde vrijheid terug te geven’, de dadaïsten nog een stap verder gingen.

Wij probeerden het geïsoleerde woord de rijkdom van een bezwering, de gloed van een ster te geven. En vreemd: het magisch verrijkte woord baarde bezwerend een nieuwe zin, die door geen enkele conventionele betekenis gebonden was.

Talking Heads

Tegenover de opgewekt-hoge gitaartonen in een vrij kale productie van het debuutalbum 77 staat de rijkere en meer experimentele sound van album nummer drie, Fear Of Music. Het is duisterder van sfeer en in grote lijnen trager van opbouw, maar ook in een aantal nummers sterk ritmisch. Gitaareffecten bepalen de sfeer, naast meer op de voorgrond optredende keyboards en percussie. Samen met een meer geprononceerde, soms vervormde basgitaar lijkt er vaak een psychedelische werking van uit te gaan. De productie is van Brian Eno.

Over het openingsnummer ‘I Zimbra’ vertelde David Byrne:

Ik weet nog dat ik op school een oude opname van Kurt Schwitters’ ‘Ursonate’ hoorde. Ik was onder de indruk, vond het heel muzikaal en heel ritmisch … (haast funky) … heel grappig en heel onderhoudend. Het was een van de eerste keren dat ik de muzikaliteit van ‘taal’ zo expliciet had gehoord. Het maakte niet uit dat het een verzonnen taal was. … Het was Brian Eno’s voorstel om Hugo Balls tekst voor ‘I Zimbra’ te gebruiken. Ik voelde dat het de perfecte oplossing was voor het dilemma waarin we terecht waren gekomen: hoe krijgen we een ‘chant-achtige’ vocale partij die geen overdreven nadruk legt op de tekstuele inhoud.

Toelichting: de Hannoverse kunstenaar Kurt Schwitters wordt gerekend tot de dadaïsten. Zijn ‘Ursonate’ componeerde hij vanaf 1923 tot 1932 in meerdere versies. Het is een lang klankgedicht dat is opgebouwd uit fantasiewoorden (vergelijkbaar met ‘Gadji beri bimba’ van Ball). Er bestaan originele opnamen van. Op Kurt Schwitters kom ik in een later bericht nog terug.

‘I Zimbra’ is dus gebaseerd op Balls ‘Gadji beri bimba’, en opmerkelijk is dat Byrne wel de eerste regel van Balls klankgedicht letterlijk in zijn songtekst heeft opgenomen, maar daarna vrijelijk woorden daaruit heeft geplukt, afgebroken, aangepast en over zijn song verspreid – op zich al een dadaïstische werkwijze (zie Tzara’s recept voor een dadaïstisch gedicht in het bericht Cabaret Voltaire & The Velvet Underground). Byrne moest ze natuurlijk wel inpassen in zijn songstructuur. De woorden ‘i zimbra’ komen overigens ook niet letterlijk in Balls tekst voor, wel ‘i zimzalla’ en ‘im zimbrabim’.

De andere songs van Byrne zijn trouwens ook geen makkelijke liedjes over liefde en jeugdbeslommeringen, maar meer cryptische, ironische, psychologische beschouwingen over zijn relaties met steden, dieren, en dingen als de elektrische gitaar of een vel papier, en de beperkingen van de mens (of van hemzelf) in dat soort relaties.

Hieronder een live-uitvoering van ‘I Zimbra’ uit 1983 (Late Night with David Letterman).


En die gekke bewegingen van Byrne, zijn die dada? Niet speciaal, maar je zou het wel kunnen zeggen door de absurditeit ervan. Denk ook aan Byrnes maffe moves in de videoclip van het nummer ‘Once In A Lifetime’ van het vierde album Remain In Light (1980). De lichaamsbewegingen en gezichtsuitdrukkingen zijn vervolgens een belangrijk onderdeel van de shows geworden die leidden tot de fabelachtig mooie concertfilm Stop Making Sense van Jonathan Demme (1984).

Advertenties
reacties
  1. lucas schreef:

    via manbijthond hier terecht gekomen. leuk artikel, ik wist niet van de connectie tussen I Zimbra en dadaisme. ging er voor het gemak van uit dat het iets Afrikaans was. succes met de blog!

    Like

  2. Peter schreef:

    Ik heb begrepen dat Lisa Gerrard van Dead Can Dance soms ook in een zelfbedachte taal zingt. Wellicht is zij ook beinvloed door dadaisten..?
    Leuk artikel !!

    Like

    • Ariel Alvarez schreef:

      Dank je. Ja wat is er niet beïnvloed door dada ;-). Lisa Gerrard: klopt, heb ik ook begrepen. Interessant. Net als Sigur Ros, naast het IJslands. En in de jaren 70 had je een Franse groep Magma, die ook een eigen taal gebruikte. Er zal mogelijk een hang naar ‘verloren’ culturen bestaan, naar oerculturen en oertalen, en daarmee is toch weer een link met dada gelegd, want dat is precies wat Hugo Ball verwoordde bij het gebruik van maskers, kostuums en dansbewegingen in het Cabaret Voltaire. Zie ook mijn bericht over Cabaret Voltaire & The Residents

      Like

  3. […] en “Elefantenkarawane” was onderdeel van waarschijnlijk het laatste optreden (zie ook bericht Cabaret Voltaire & Talking Heads). Maar het was gedaan, Cabaret Voltaire kreeg geen podium meer in de Zürichse kroeg Meierei. […]

    Like

  4. […] Brian Eno. Hun beste album ook, wat mij betreft (samen met opvolger Remain In Light). Het opent met ‘I Zimbra’, gebaseerd op Hugo Balls klankgedicht ‘Gadji Beri Bimba’ in het Zürichse Cabaret Voltaire […]

    Like

  5. […] De ‘beschaafde’ westerse taal was verdorven geworden: de taal van de oorlogvoering, van de propaganda, van de kapitalistische misleiding. Hugo Ball wilde van die westerse taal af. Hij bedacht nieuwe gedichten, ‘gedichten zonder woorden’, of ‘klankgedichten’. Gedichten die bestaan uit fantasiewoorden, die hij associeerde met ‘pure’ beschavingen. Een bekend voorbeeld is zijn ‘Gadji Beri Bimba’ dat hij in Cabaret Voltaire in kartonnen kostuum voordroeg (zie Cabaret Voltaire & Talking Heads). […]

    Like

  6. […] Om beide te kunnen vergelijken hier de tekst van Ball uit 1916 (en zijn outfit waarin hij destijds dit gedicht voordroeg) en de clip van The Talking Heads. Wil je meer over deze boeiende persoon lezen en het nummer ‘I Zimba’ ga dan naar https://dadarockt.wordpress.com/2013/01/21/cabaret-voltaire-talking-heads/ […]

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s