Archief voor augustus, 2013

Het eerste deel van een drieluik over nutteloze machines. (1) Raoul Hausmann verbeeldt in een hilarische, imaginaire machine het zinloze functioneren van de mens, (2) Tinguely viert zijn anarchistische creativiteit bot op zijn spectaculaire machines, en (3) de Zaanse groep De Kift laat op het podium een enorme ‘drummachine’ ratelen. Allemaal nutteloos. Maar functioneel. Alle onzin is immers functioneel.

Raoul Hausmann

De Berlijnse dadaïst (‘dadasoof’) Raoul Hausmann tekende, knipte en plakte, fotografeerde, fotomonteerde, maakte letteraffiches die hij ook als klankgedichten voordroeg, hij danste, ontwierp kleding, en schreef essays en satires. Felle, levendige satires.

De geest van onze tijd

Over het functioneren van de mens in een mechanisch doordraaiende wereld schreef Hausmann een stuk (eerder geciteerd in mijn bericht Talking Heads: Stop Making Sense) in het derde en laatste nummer van het Berlijnse blaadje Der Dada (april 1920). Het artikel heet “Dada in Europa” en daarin fulmineert Hausmann tegen de Geist (‘geest’: verstand, ziel, bewustzijn). Tegenover de onzin van de geest stelt Hausmann de bluf van dada, die infiltreert in de burgerlijke maatschappijstructuren om diezelfde bourgeoisie met eigen middelen te kunnen verslaan.

(…) Ja, staat u mij toe, DADA is (en dit ergert de meeste mensen grenzeloos) zelfs tegen elke geest; DADA is de volkomen afwezigheid van wat men geest noemt. Waarom zou je geest hebben in een wereld die mechanisch doordraait? Wat is de mens? Een nu eens grappige, dan weer treurige aangelegenheid, gespeeld en gezongen door zijn eigen productie en milieu. Ziet u, u gelooft dat u denkt en besluiten neemt, u gelooft dat u origineel bent – en wat gebeurt er? Het milieu, uw wat stoffige atmosfeer heeft de zielenmotor aangezwengeld en de zaak loopt vanzelf: moord, echtscheiding, oorlog, vrede, dood, corruptie, valuta – alles glipt uit uw handen, u kunt onmogelijk iets tegenhouden; u wordt gewoon gespeeld. (…)

Mechanische kop

De mens wordt geleefd, heeft niet eens meer een eigen ziel. Hausmann verbeeldde dit idee in satirische teksten, fotomontages, en in een object ‘De geest van onze tijd’, ook wel ‘Mechanische kop’ (1920). Op een kapperskop monteerde hij verschillende voorwerpen die bij elkaar het functioneren van de mens moesten voorstellen. Het hoofd is neutraal, blanco, zonder karakter en zonder emotie. In de loop van zijn leven krijgt de mens allerlei eigenschappen aangekleefd die hem door de samenleving zijn toebedeeld. Een portemonnee geeft hem geld, een liniaal bepaalt zijn ruimtelijke beperkingen, het raderwerk van een horloge z’n beperkingen in de tijd, een meetlint op het voorhoofd die van zijn verbeelding, en een uitschuifbare drinkbeker zijn, eh, drankzucht. Laten we het daarop houden.

Zelf zei Hausmann er het volgende over.

Al lang geleden ontdekte ik dat mensen geen karakter hebben en dat hun gezicht alleen maar een door de kapper gemaakt beeld is. Waarom zou je dan niet een kop pakken die door een simpele en naïeve geest verwezenlijkt is, waarop leerlingkappers oefenen om pruiken te maken? Ik wilde de geest van onze tijd onthullen, de geest van ieder in zijn rudimentaire staat. Men vertelde wonderbaarlijke verhalen over het volk van de denkers en de dichters. Ik geloofde dat ik de mensen beter kende. Een alledaagse man had slechts de capaciteiten die het toeval hem op het hoofd geplakt had, aan de buitenkant, de hersenpan was leeg. Ik nam toen een mooie houten kop, polijstte hem langdurig met schuurpapier. Ik bekroonde hem met een inschuifbare beker. Achterop bevestigde ik een mooie portemonnee. Ik nam een klein juwelenkistje en plaatste dat rechts van het rechteroor. Daarin stopte ik nog een typografische rol en een pijpensteel. Nu de linkerkant. Eh ja, ik had zin om van materiaal te veranderen. Op een houten liniaal bevestigde ik een bronzen onderdeel van een verouderd fototoestel en toen keek ik. Ah, wat me nog ontbrak was een klein wit kartonnetje met het cijfer 22, want het was overduidelijk dat de geest van onze tijd niet meer dan een numerieke betekenis had. 

hausmann mech kopf

De kooi van Hausmann

Nu naar Hausmanns idee voor een performance van drie minuten in een installatie van een kooi met motorrijder en monteur. Ook deze voorstelling beschrijft de zielloosheid van de mens in een mechanisch doordraaiende wereld. De satire publiceerde hij als “Cabaret van de mens” (“Kabarett zum Menschen”).

Cabaret van de mens

Wat is de mens? Iets heel natuurlijks, zegt de één. Nee, iets heel kunstmatigs, zegt de ander. Ik vind de mens een soort marionet van de betere soort, die door zijn omgeving bespeeld wordt, door de atmosfeer die de mens voor zichzelf schept. Mijn god, wat een flauwekul, het leven is een nu eens vrolijke, dan weer treurige onzin – en het cabaret is zo ongeveer een grote zakspiegel. Alles wordt daarin weerspiegeld – men zou heel goed het begrip mens als cabaretnummer bijna mechanisch kunnen uitbeelden. Het cabaret van de mens, dat zou zo’n soort ijzeren kooi van twee etages zijn, met een hometrainer, een motorfiets op de eerste, en een monteursdraaibank en een ponsmachine op de tweede etage. Daar zou nog een föhnapparaat bij komen en een wasmand met heel, heel piepkleine papiertjes waarop gedrukt staat: Ziel. Daarmee kan men de hele innerlijkheidshocuspocus, die zich mens noemt, met glans uitbeelden. Wat is er nou helemaal groot aan de mens; de omgeving zwengelt zo’n beetje de zielenmotor aan, en kijk eens – daar gaat de boel los: zwendel, moord, overspel, geboorte, huwelijk, dood. Nou ja, en dan stopt de geschiedenis weer. Ik bedoel maar. Maar om op het cabaretstuk terug te komen: met dit apparaat kan men het hele zielsapparaat duidelijk maken, zodat ieder ziet: dat ben jij. Op de onderste etage van de kooi gaat een motorrijder op de motorfiets zitten, boven gaat een man aan de machine staan. Een heer in smoking met witte band verschijnt voor de kooi en zegt feestelijk: Dames en heren! Wij zullen u binnen drie minuten laten zien, hoe het mechanisme van de ziel functioneert. U krijgt een kort, treffend voorbeeld van uw eigen innerlijke doen en laten, van uw worsteling. Dan klinkt een fluit: en met geweldig gepuf en geknetter, gesteun en vonkengestuif raast de motorrijder los, de ponsmachine stampt, de draaibank snort en kraakt, de beide monteurs werken er heftig aan. Het publiek moet duidelijk zien dat de hele boel nutteloos is, al dat geratel en die hele machinerie hebben  n i e t  d e
m i n s t e  z i n ! !  – Na drie minuten klinkt een fluitje: alles stopt, het föhnapparaat komt in actie en blaast de tienduizend briefjes met de opdruk Ziel ! over het hele publiek. Wie dan nog niet begrepen heeft, dat de mens werkelijk zo is, niks meer dan een nutteloos bewegende onzin: nou, daar heb ik medelijden mee! Die verdient totaal niet de zegeningen van onze tijd en cultuur, geitenbouillonworstjes (als uw hond gestolen wordt, plaats dan geen advertentie: koop gewoon een paar Frankfurters!), leverworst, gerookte ganzenworst met sekt – nee, die moest meteen voor straf president van Duitsland worden! Zo, daar kan je ’t mee doen! 

Raoul Hausmann dansend (August Sander)

foto: August Sander, ‘Der Dadaist Raoul Hausmann, Berlin’, 1928

En zo is het. Binnenkort deel 2: Tinguely.

 

Bron: Raoul Hausmann, “Kabarett zum Menschen”. Oorspronkelijk verschenen in Schall und Rauch nr. 3, feb. 1920, p. 1-2. Opgenomen in: Raoul Hausmann, Bilanz der Feierlichkeit. Texte bis 1933, B.1, München 1982, p.92-93

Advertenties