Archief voor juli, 2014

Een film, én een muziekstuk. Beide uit 1924. Bedoeld om samen te gaan, maar ja, niet goed afgestemd, dus wat krijg je: de muziek duurt anderhalf keer zo lang als de film. En die muziek ís al zo snel. Dus dat ging niet meteen samen – de film werd zonder de muziek vertoond, en ook de muziek leidde lange tijd een zelfstandig leven. De film is van de kunstenaar Fernand Léger, in samenwerking met de cineast Dudley Murphy, en met hulp van Man Ray. De muziek is van George Antheil.

ballet mecanique - machinerie

Léger

De Franse schilder Fernand Léger was in die tijd in de Parijse moderne kunstwereld al bekend met zijn kubistische en ‘postkubistische’ schilderijen. Geometrisch geabstraheerde taferelen van mensen in interieurs, stadsgezichten, landschappen, fabrieken, met veel typerende rondingen van ledematen en voorwerpen. Als een soort kachelpijpen. Zijn schilderijen ogen mechanisch: door de zakelijke manier van schilderen én doordat de uitgebeelde vormen soms zo uit de fabriek gerold lijken te zijn. Hij had een fascinatie voor machines en fabrieken. Die fascinatie komt terug in zijn enige film, Ballet Mécanique.

Leger - La partie de cartes 1917

Légers interesse in het machinale komt voor een groot deel voort uit zijn ervaringen aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog. Daarvóór had hij een steeds abstractere, kubistische beeldtaal ontwikkeld, maar zijn kennismaking met oorlogsmachinerie, met medesoldaten in loopgraven, zijn overleving van een mosterdgasaanval – al die ervaringen leidden tot een eerherstel van de figuratie in zijn werk – vooral mensen – en tot een meer machinale vormgeving.

de film

Ook in Légers film draait het om machines. Snel draaiende machineonderdelen, snel draaiende kermiswagentjes, alles lijkt continu in beweging. Snelle montage, dynamiek tot aan het kookpunt. Met ook veel gefragmenteerde, kaleidoscopische beelden. Veel ronde schijven. Blinkende machineonderdelen. Niet alleen machines, er komen ook mensen in voor. Maar dan zonder dat ze in een verhaal meedoen, eigenlijk zijn het ook filmische objecten, terwijl ze in hun trage, gestileerde bewegingen mooi contrasteren met de snelle dynamiek van de machines.

Ik heb een video van de film gekozen mét de muziek van Antheil (onderaan). Na de openingstitels leidt een kubistisch geanimeerde Chaplin-trampfiguur de film in: Charlot présente le Ballet Mécanique. Hierin zit een woordspeling: Charlot is de Franse benaming van Charlie Chaplin als tramp, maar staat ook voor ook André Charlot, een bekende impresario, acteur én financier van deze film.

ballet mecanique - charlot

ballet mecanique - woman on a swing

 

 

 

 

 

 

De beginscène met een bevallige, glimlachende vrouw op een schommel zet je meteen al op het verkeerde been, want die scène wijst in niets op wat er gaat komen – althans, zo lijkt het. Bovendien knalt de muziek er juist bij die eerste lieflijke scène zo heftig in, met paukenslagen, xylofoons, gongs en zwaar geroffel, dat je als kijker vanaf het begin al ontregeld bent. En alsof dat nog niet genoeg is, volgt plotseling een buiteling van gefilmde voorwerpen zoals een hoed, een typemachine, een driehoek, flessen, cijfers – vanwege de snelheid niet in één keer te vatten, het is steeds een enkel beeld (of soms hooguit een paar) per opname, gedurende nog geen tien seconden. Bij deze beeldenreeks – die wél vooruitwijst naar wat er komen gaat – past de muziek als gegoten.

Maar goed, het toenmalige publiek zag de film met alleen het geluid van de projector, en ook zonder muziek is de spanning tussen de beelden al groot. Die spanning is er vooral in de beeldcontrasten en in de montage. Zo vormt die lieflijk schommelende vrouw niet alleen een misleidend contrast met de snelle beweeglijkheid in de rest van de film – het schommelen zélf wordt een terugkerende beweging. Slingerbeweging: slingerende bollen die hun omgeving reflecteren, een hoog slingerende mand met een meisje erin, zwiepende machineonderdelen. Verder draait er van alles – snel draaiende machines, snel ronddraaiende wijzerplaten, snel draaiende kermiskarretjes. Continue beweging.

ballet mecanique - kaleidoscopic swinging balls      ballet mecanique - smile and shadow

 

 

 

 

 

Tussendoor ook: mensen. Een sterk opgemaakt vrouwengezicht, ogen open en weer dicht. Een mond, glimlachend open en weer dicht. Veel herhalingen. Een mannenhoofd dat even opduikt tussen kaleidoscopisch bewegende industriële voorwerpen, en dan weer onder gaat. Vrouwenbenen, in statige poses. Een vrouw die een trap oploopt met een grote zak over haar schouder – op zich al een atypisch (gevonden?) fragment in de film. Eindeloos herhaald, wat ook weer de suggestie van een mechanisch verloop wekt.

ballet mecanique - woman climbing stairs

ballet mecanique - kaleidoscopic face 2

 

 

 

 

 

 

Dan zie je opeens getekende abstracte geometrische vormen – driehoeken, rondjes – die in gevarieerde vorm een stuk of acht keer terugkomen. Ze verschijnen en verdwijnen weer, telkens verrassend, want in verschillende kleuren. Kleuren? Ja, met de hand ingekleurd. Groen, blauw, roze, van groen naar blauw, van geel naar blauw, van blauw naar groen.

ballet mecanique - pink triangle

ballet mecanique - 000

 

 

 

 

 

 

Ook zomaar een nieuwsbericht: ON A VOLÉ / UN COLLIER DE PERLES / DE 5 MILLIONS. Hier lijkt opeens een anekdotisch element toegevoegd (“parelketting van 5 miljoen gestolen”), maar dat zinnetje wordt – afgezien van het onzinnige, dadaïstische karakter ervan in de context van de film – vooral gebruikt voor filmische brokstukken. Veelvuldige herhalingen van de drie zinsfragmenten, ook in spiegelbeeld, veel 0’s groot in beeld, in reeksen of alleen, af en toe onderbroken door opnamen van een sieraad (geen parelketting).

Zo ontdek je steeds meer thema’s in de film, die soms terugkeren en soms niet. Op die manier is er een mooie balans ontstaan van snelle bewegingen in machineonderdelen, trage bewegingen van ogen en monden, variaties in de montages van woorden en cijfers, terugkerende voorwerpen als hoeden en flessen. Geen strakke structuur maar ook geen willekeur. Juist de speelsheid van ongelijkmatige herhalingen, van gevarieerde lengtes van shots, van bewegingen die makkelijk in elkaar overlopen en dan weer sterk contrasteren, van abstracte getekende vormen, overlopend in abstracte gefilmde vormen, tot realistische scènes, van machine tot mens tot machine, die speelsheid houdt je aan de film gekluisterd.

de muziek

De Amerikaan George Antheil componeerde de muziek bij deze film in Parijs in 1924, zoals gezegd niet in overeenstemming met de lengte van de film. Het muziekstuk – spektakelstuk, beter gezegd – ging in datzelfde jaar opmerkelijk genoeg niet in Parijs maar in Wenen in première. In 1926 volgde de Parijse première, die tot veel ophef leidde. De muziek beukt, klatert en ratelt. De overwegend atonale melodielijnen horten en stoten in de droge aanslagen van xylofoons en piano’s, met dissonanten op strategische plekken. Lange passages van drilboor-achtig geratel proberen de compositie te frustreren, maar die laat zich niets wijs maken.

Antheil with bells and propeller

Dat mechanische geratel komt van vliegtuigpropellers. Oorspronkelijk is het stuk gecomponeerd voor het volgende instrumentarium: 16 pianola’s, 2 piano’s, 4 xylofoons, 3 propellers, minimaal 7 elektrische bellen, een sirene, 4 grote troms, 1 gong. Het bleek echter een haast onmogelijke klus om met name de pianola’s (in vier delen) op elkaar af te stemmen. De vier pianoladelen werden teruggebracht tot één, er werden instrumenten toegevoegd. De vliegtuigpropellers waren in de uitvoering grote ventilatoren waar dingen tegenaan gehouden werden.

Op het podium moet dit ‘mechanische ballet’ er spectaculair uit hebben gezien. Eigenlijk zoals de futuristen een muziekuitvoering bedoeld hadden. Zo liet een deel van het publiek zich eind jaren twintig letterlijk wegblazen door de naar het publiek gerichte propellers, bij een uitvoering in de New Yorkse Carnegie Hall. Maar de complexiteit van de uitvoering verhinderde dat het vaak kon worden opgevoerd. Antheil maakte in 1953 een aangepaste, verkorte versie van het stuk, nu voor 4 piano’s, 4 xylofoons, 2 elektrische bellen, 2 propellers, pauken, een glockenspiel en andere percussie. Een uitvoering van deze versie is (vermoedelijk) sinds eind jaren tachtig bij de film (1989 in de door mij gekozen video) te horen. Een opzienbarende, geheel computergestuurde robotuitvoering was in 2006 te horen en te zien in de Gallery of Art in Washington DC. Die zal aardig in de buurt komen bij de oorspronkelijke mechanisch-muzikale visie van Antheil.

dadaïstisch

De film eindigt met een spel van wijnflessen, waarna de kubistisch geanimeerde, hoedafnemende Chaplin-trampfiguur van het begin weer verschijnt, opeens gevolgd door een scène met de vrouw van de schommel, ook van het begin, nu blij ruikend aan takjes in een haag. Alsof deze laatste scène niet al verwarrend genoeg is – want met die Chaplinfiguur denk je dat de film afgelopen is – verschijnt daarna opeens opnieuw de geanimeerde Chaplin, maar dan ten voeten uit. Hij beweegt alle kanten uit, volkomen richtingloos, beweegt heftig van links naar rechts terwijl hij nog netjes zijn hoed afneemt, is volledig de controle over zichzelf kwijt en valt uit elkaar. Totdat alleen zijn hoofd nog is overgebleven, dat rondjes draaiend uit beeld verdwijnt.

ballet mecanique - bottles

ballet mecanique - charlot disintegrated

 

 

 

 

 

 

Zowel de film als de muziek worden ‘dadaïstisch’ genoemd, hoewel noch Léger, noch Antheil aan dadaïstische activiteiten heeft deelgenomen. In de film zitten geen irrationele, absurde of onlogische verhaalelementen zoals in Hans Richters Vormittagsspuk of Man Ray’s Emak-Bakia, maar de vervreemding van vooral de begin- en eindshots verwarren je als kijker. Bovendien word je overrompeld door de snelle opeenvolging van contrasterende beelden, meestal snel bewegend, soms juist traag. Hetzelfde geldt in feite voor de muziek. Die is minstens zo overrompelend, snel, hard, en vreemd vanwege het mechanische karakter en het nonconformistische instrumentgebruik.

En dan nu de film!

 

Opmerkelijk 1: in september 2013 werd de film, samen met andere dadaïstische films, in het EYE Filmmuseum in Amsterdam vertoond met een live uitvoering van Antheils oorspronkelijke score door Nora Mulder, aangepast voor piano, in anderhalf keer de normale snelheid om hem passend aan de film te maken. Een korte impressie kun je zien in het filmpje in deze link (Ballet Mécanique vanaf minuut 1’40’’).

Opmerkelijk 2: van de dadaïst Picabia was al een afbeelding van een ondefinieerbaar object bekend met de titel ‘Ballet Mécanique’, gepubliceerd in zijn blad 391, als cover van nr. 7, New York, augustus 1917. Of Léger en/of Antheil deze afbeelding kenden is niet bekend, maar ook niet onwaarschijnlijk.

Picabia Ballet Mécanique 391 1917

 

Bronnen, o.a.:
Wikipedia Ballet Mécanique
ASC John Bailey, “Antheil, Léger, Murphy, Man Ray: ‘The Ballet Mécanique’”
The International Dada Archive
ECinemaAcademy blog

 

Advertenties