Archief voor februari, 2015

tuymans v giel tuymans

Ariel Alvarez, Improved Masterpiece, 2015, pixels on 101101, variable size

tuymans v giel v giel

Ariel Alvarez, Improved Photograph, 2015, pixels on 010010, variable size

Advertenties

Pere Ubu, de band. Niet Père Ubu, het hoofdpersonage uit het toneelstuk Ubu Roi van Alfred Jarry. Hoewel het een natuurlijk wel met het ander te maken heeft. Hierover zo wat meer.

concert

Pere Ubu Paradiso 28012015_youtube still2

Pere Ubu live in Paradiso 28 januari 2015

Laatst zag ik ze nog, in Paradiso, eind januari. Een goed optreden van de 40-jarige band rond de omvangrijke frontman David Thomas. Pere Ubu’s muziek is altijd eigenwijs gevarieerd. Stevige rocknummers worden afgewisseld met meer poëtische songs, waarin experimentele geluiden de achtergrond vormen voor de afgeknepen, ietwat hoge maar ook veelzijdige en expressieve stem van David Thomas. Na een aantal van die meer abstracte nummers is het weer tijd om te rocken, hoewel zo’n rocknummer zelf meestal ook al besmeurd is met allerhande gefreak uit synthesizers of traditionele instrumenten. Dan is een strakke, bij vlagen knallende drummer een gemoedverheffende, stevige basis temidden van krakende of alle kanten uitwaaierende synthesizer- en klarinetgeluiden (setlist).

Een klarinet ja, sinds kort in de basis. Die klarinet geeft sommige nummers glans met melodieuze tonenreeksen, in andere nummers zwerft hij meestal op een speelse jazzy manier om de melodieën heen, terwijl de gitarist net als de drummer de muziek steeds weer de juiste richting geeft. Op alle mogelijke manieren, ook met basloopjes – bij deze tour is de bassist(e) thuisgelaten. Een opvallende keuze, omdat de bas altijd zo prominent aanwezig is in de Ubu-muziek. De krachtige, even melodieuze als ondersteunde baslijnen van de vroegere bassist Tony Maimone, vanaf 1994 voortgezet door Michele Temple, moeten opgevangen worden door toetsen en gitaar. David Thomas wil nu met de livemuziek een fase in zonder vanzelfsprekend ritmetandem. Zegt hij. Een andere reden is dat Temple ook eigen verplichtingen heeft die niet passen in het tourschema. Zegt hij ook.

Pere Ubu, ‘Monday Morning’ (Pennsylvania, 1998) live. Parijs, La Maroquinerie, 27 januari 2015

Het laatste album, Carnival Of Souls (2014), is sterk. Zeer geslaagde nummers die een mooi beeld geven van de afwisselende, compromisloze muziek van Pere Ubu. Des te bevreemdender dat van dit album maar vier nummers (waarvan een in de toegift) gespeeld werden. Voor de rest waren van veel voorgaande albums telkens een of twee nummers gekozen. Niet de makkelijkste, en niet van de eerste vier toonaangevende platen. Nauwelijks nummers die je ‘publieksfavorieten’ zou kunnen noemen – een gewaagde maar geslaagde keuze. Want zo kon je de muziek beter op zijn waarde schatten, niet afgeleid door een greatest hits-gevoel van je lievelingsnummers van de eerste orde. Geen compromissen.

ontregelende machines

Gelukkig is er ook nu weer een grote rol voor de ratelende en gierende klanken uit synthesizers en theremin. Ontregelende geluiden die de nummers spanning en een zekere onvoorspelbaarheid geven. Machinegeluiden zoals het vroegere bandlid van het eerste uur Allen Ravenstine ze uit zijn analoge EML-synthesizers toverde, en die zo bepalend zijn voor de karakteristieke sound van Pere Ubu. Een sound die herkenbaar is, maar nooit uit een herhaling van trucjes bestaat. Daarvoor is de muziek te eigengereid.

Pere Ubu c 1978

Pere Ubu c. 1978. Vlnr David Thomas, Tony Maimone, Allen Ravenstine, Scott Krauss, Tom Herman

Pere Ubu ontstond in 1975 in Cleveland, Ohio, uit een afsplitsing van de band Rocket From The Tombs – garagerock, als je er een label op zou willen plakken. Thomas wilde een nieuwe band beginnen met zijn gitarist Peter Laughner, de naam wist hij al. Via via kwamen al snel de andere bandleden in beeld: Tom Herman (gitaar), Scott Krauss (drums), Tim Wright (bas; binnen een jaar opgevolgd door Tony Maimone), en Allen Ravenstine (synthesizers). Een rockband, dat moest het worden, niet meer en niet minder, hoewel je bij een rockband uit 1975 niet meteen aan experimentele, piepende en krakende synthesizergeluiden denkt. Toch meenden de bandleden dat ze – in die tijd, op die plaats – rock maakten zoals ze vonden dat rock moest klinken. Uniek, dat wel. Met dank aan The Velvet Underground, een grote inspiratiebron, evenals The Stooges en MC5. En Zappa. Avant-garage was het ironische label dat David Thomas op de muziek van Pere Ubu plakte.

Pere Ubu, ‘The Modern Dance’ (The Modern Dance, 1978). Video: bewerkingen van Georges Méliès’ Satan in Prison (1907)

Allen Ravenstine

Allen Ravenstine had in zijn jeugd muzieklessen gehad, trombone. Maar hij bleek niet gemotiveerd om ermee door te gaan, zoals zoveel kinderen in hun puberteit. Hij pingelde liever op de piano van zijn moeder, niet om melodieën en harmonieën te creëren, maar herrie. Geluid was wat hem interesseerde. Samen met een vriend die elektronische vervormers en een hoop pot bezat maakte hij noise, en dat bleek leuker dan voor de tv hangen. Die vriend was beeldend kunstenaar, en door ook nog lampen op te hangen die ze aansloten op de geluidsapparatuur, kwamen ze op het idee om daarmee performances te houden in een galerie voor beeldende kunst. Later verbond Ravenstine meerdere elektronische apparaten aan elkaar, tot hij op de EML-synthesizer werd gewezen. Inmiddels had hij – naast die synthesizer – van de erfenis van zijn ouders een oud pand gekocht dat ‘The Plaza’ heette, waar tegen een lage huur ook de latere bandleden woonden. Gitarist Laughner stelde zijn huisgenoten aan David Thomas voor. Zo kwamen ook Ravenstine en zijn synths in de nieuwe band terecht.

Pere Ubu c 1978

Pere Ubu c. 1978. Ravenstine op sopraansax

Zijn bandgenoten wisten alles van popmuziek, kenden alle oude en nieuwe bands. Ravenstine niet. Hij was meer bezig met geluiden. Geluiden die intuïtief aansloten op de muziek van de band. Hierdoor klonk een nummer ook nooit twee keer precies hetzelfde. De basis stond wel vast, nummers werden ingestudeerd om ze ook live degelijk te spelen, maar Ravenstines elektronica bleven grotendeels prettig onvoorspelbaar. Niet het soort geluiden, want die werden per nummer geprogrammeerd, wel alle bespeelbare variaties (toonhoogte, frequentie, volume, etc.). De synthesizer zag er in Ubu’s begintijd nog uit als zo’n archaïsche telefooncentrale met veel pluggen, en moest ook live voor elk volgend nummer weer anders ingesteld worden. De tijd die daarvoor nodig was werd door Thomas volgeluld met komische monologen, waardoor hij zijn entertainerskwaliteiten leerde uit te buiten. David Thomas, entertainer.

Ravenstines muzikale werkzaamheden bleven hoofdzakelijk beperkt tot zijn bijdragen aan Pere Ubu. Toen de band er in 1982 mee ophield, wilde hij – in tegenstelling tot zijn bandgenoten, die wel in andere bands doorgingen – een grotere passie najagen: piloot worden. Toen Thomas vijf jaar later, na meerdere soloprojecten, besloot de band weer nieuw leven in te blazen, kwam Ravenstine nog ruim een jaar terug om aan drie nieuwe studioalbums mee te werken, maar ging beroepsmatig wel weer verder als piloot en vlieginstructeur.

bezettingen

Op papier heeft de band vele wisselingen gekend, met David Thomas als enige constante. Maar in werkelijkheid is het personeelsverloop op een geleidelijke en natuurlijke manier gegaan: via via, vooral via andere bands waar al contact mee was. De huidige band bestaat al tien jaar in dezelfde bezetting: Keith Moliné op gitaar (had al eerder meegewerkt aan Thomas’ solo-projecten), Michele Temple op bas (had eerder in een band van Ubu-exen Maimone en Krauss gespeeld, Home and Garden), Robert Wheeler op synthesizers en theremin (had ook in Home and Garden gespeeld), en Steve Mehlman op drums (komt ook uit de Cleveland-muziekscene). De band is de afgelopen paar jaar versterkt met Gagarin (Graham Dowdall: toetsen, synthesizer, drummachine, percussie) en Darryl Boon (klarinet, saxofoon, toetsen).

Pere Ubu c 2013

Pere Ubu c. 2013. Vlnr Keith Moliné, Gagarin, Robert Wheeler, Michele Temple, David Thomas, Steve Mehlman

De muziek is onveranderd Pere Ubu gebleven, niet zozeer vanwege David Thomas – hij levert de teksten, de muzikale ideeën komen in eerste instantie van de andere bandleden – maar omdat de muziek gewoonweg te karakteristiek is. Er is wel een periode geweest – eind jaren tachtig, begin jaren negentig, rond het vertrek van Ravenstine – dat de Ubu-sound atypischer was: geen kenmerkende synthesizergeluiden en een neiging naar wat vlakkere popmuziek (albums Cloudland, Worlds In Collision). Mogelijk hebben de bijdragen van toetsenman/bassist Eric Drew Feldman (o.a. Captain Beefheart, Residents, Pixies, Frank Black, dEUS, PJ Harvey) in die jaren daarmee te maken.

Cleveland, Ohio

’t Is wel interessant om te weten waar Pere Ubu vandaan komt. Cleveland heeft een grote bloei als staalstad gekend, net als het Engelse Sheffield (dat de ‘industrial’ band Cabaret Voltaire heeft voortgebracht). Maar na de Tweede Wereldoorlog liep de industrie sterk terug. Fabrieken werden niet vernieuwd, en zeker na de oliecrisis van begin jaren zeventig werden auto’s uit Japan steeds populairder. Cleveland was halverwege de jaren zeventig op sommige plekken mistroostig, door verlaten fabrieken en een sterk vervuilde rivier, de Cuyahoga. Het ooit welvarende centrum met zijn bloeiende culturele leven en rijke architectuur was in verval geraakt. In het donker kwam je er liever niet, te gevaarlijk. Maar door de lage huren ontstonden er in de verlaten warenhuizen en fabrieken wel nieuwe oefenruimtes en clubs. Bovendien vonden de bandleden de stad ook inspirerend, met zijn fabrieksgebouwen, beelden en geluiden van de staalindustrie, en met de ertsboten in de rivier. Dat industriële en rauwe kun je terughoren in de muziek met zijn gekraak, gepiep en geratel en zijn stevige ritmes. Overigens loopt diezelfde Cuyahoga-rivier zo’n zestig kilometer zuidwaarts door Akron, stad van de rubberproductie én van de band Devo, waarmee Pere Ubu soms samen optrad.

Pere Ubu Modern Dance back coverAchterkant LP-hoes The Modern Dance (1978)

Père Ubu

Op de website UbuProjex staat heel veel informatie over de band, waaronder meerdere interviews met David Thomas (al kunnen die interviews fictief zijn – de naam van de interviewer staat niet vermeld). Een van de vragen luidt:‘Pere Ubu komt direct uit de dada traditie. In welke mate ben je door die beweging beïnvloed?’ Antwoord:‘Het personage Père Ubu is bedacht door Alfred Jarry. De band Pere Ubu is bedacht door ons en heeft niets met dada te maken.’

Thomas noemt dada en surrealisme ‘historische curiositeiten’ die je – ook al zijn ze zeker belangrijk geweest binnen de kunstproductie en -beschouwing van de afgelopen eeuw – niet meer moet willen herhalen. Dat is zoiets als nu een doo-wop-groep willen beginnen. Dada en surrealisme doe je op je zeventiende, niet meer als je eenmaal volwassen bent. Aldus David Thomas.

Thomas was in zijn jeugd, zoals zoveel middelbare scholieren uit zijn omgeving – en zoals rond 1920 met name de Franse dadaïsten/surrealisten – gegrepen door het absurdisme en nonconformisme van Jarry’s Ubu Roi (1896). Ubu Roi is een eigenzinnig en komisch toneelstuk over een lompe, gezette man (Père Ubu), die koste wat kost koning zal worden. Hij weet de Poolse troon te bemachtigen door de heersende koning te vermoorden en zuigt vervolgens het Poolse volk uit. Père Ubu is machtshongerig, corrupt, onredelijk en wreed. Geen mooi karakter, geen aanbeveling dus om jezelf ermee te associëren. Maar je wordt wél vrolijk van het bizarre en de ironie in het verhaal (dat trouwens ook op Shakespeares Macbeth geïnspireerd is).

Père Ubu AJ

Pere Ubu dus als naam voor de band. Overigens moet een bandnaam volgens Thomas aan drie eigenschappen voldoen: (1) de naam moet niets betekenen, maar alleen iets lijken te betekenen, zodat die wat mysterie krijgt; (2) hij moet er goed uitzien en goed klinken; (3) hij moet drie lettergrepen hebben. Maar dit terzijde.

Verwijzingen naar Jarry’s Ubu Roi zijn in Thomas’ teksten niet direct te vinden. Tot 2009. Na ruim dertig jaar vond Thomas het tijd om het stuk, althans een persoonlijke interpretatie ervan, ten tonele te voeren. Dit resulteerde in het muziektheaterstuk Bring Me The Head Of Ubu Roi en het album Long Live Père Ubu! (met Sarah Jane Morris als Mère Ubu). Het toneelbeeld werd grotendeels bepaald door projecties van speciaal voor het stuk gemaakte animaties van de Quay Brothers. De band speelde de muziek van het album, David Thomas zorgde voor de theatrale performances. De opvoering begint met het gevleugelde woord ‘Merdre!’, een stopwoordje van hoofdpersonage Père Ubu, dat een verbastering is van het Franse vloekwoord ‘merde!’ (‘shit!’). Toch een kleine verwijzing naar Jarry’s Père Ubu in de begintijd van de band: in het titelnummer van het debuutalbum The Modern Dance wordt ‘Merdre’ veelvuldig herhaald (Down at the bus… Merdre Merdre / Into the town… Merdre Merdre… ).

Fragment show Bring Me The Head Of Ubu Roi, A38, Budapest, 12 oktober 2009

Pere Ubu, ‘March Of Greed’, Long Live Père Ubu, animatie van de Quay Brothers

dada

Zoals gezegd: David Thomas wilde niets van dada weten, althans niet als inspiratiebron voor de band. De muziek heeft toch wel wat dadaïstische kenmerken: tegendraads, een zekere mate van onvoorspelbaarheid, clichés vermijdend. Maar kijk ook even naar enkele ‘Rules’ op Ubu’s website.
0. Personality Cult is a Brain Killer. De dadaïsten hekelden het kunstenaarsgenie en de persoonsverheerlijking.
2. Self-expression is evil. David Thomas: ‘Who cares what you think? Who cares what you feel?’ De dadaïsten richtten hun pijlen binnen de kunstwereld vooral op de expressionisten, op de verheven sentimentaliteit van hun zelfexpressie.

Wat ook tekenend is: Pere Ubu wil geen concessies aan de commercie doen. Het tweede album, Dub Housing (1978), was een succes. De band kreeg een serieuze manager die voorstelde om nog twee of drie platen zoals Dub Housing te maken, daarmee zouden ze een sterrenstatus bereiken. ‘Maar wat als we dat niet kunnen? Wat als we dat niet willen?’ Nou, dan kan je wel platen blijven uitbrengen, maar nooit boven een cultstatus uitkomen. ‘Dat klinkt behoorlijk goed!’, zou Thomas geantwoord hebben. In Parijs liep de dada-beweging in 1920 vast doordat de (schandaal-) successen van hun optredens teveel op een formule leken te drijven. Ze besloten daarmee te stoppen. Ook de dadaïsten zetten zich af tegen de commercie, en ironiseerden die door bijvoorbeeld een ‘Reclamebureau Boem-Boem-Dada’ op te richten. De concerten van Pere Ubu eindigen de laatste tijd steevast met het nummer ‘Buy More Merchandise Now’ in de toegift. Een knipoog, maar toch met een serieuze ondertoon: er moet wel brood op de plank komen.

David Sanborn Show

Tot slot nog een curieus tv-optreden van Pere Ubu in 1989 in de David Sanborn Show, waarin ook Debbie Harry, Loudon Wainwright III en Philip Glass te gast waren. Pere Ubu speelt het nummer ‘Waiting For Mary’, met Sanborn zelf op saxofoon en Debbie Harry die als achtergrondzangeres een ironische look probeert uit te stralen, aangestoken door de ludiek-theatrale gebaren van David Thomas, terwijl ze in het refrein zingt: ‘What are we doing here?

David Thomas, zang; Jim Jones, gitaar; Scott Krauss, drums; Tony Maimone, bas; Eric Drew Feldman, toetsen; Debbie Harry, zang; David Sanborn, altsax; Hiram Bullock, gitaar (band Sanborn)

Bronnen, o.a.:

Simon Reynolds, Rip It Up and Start Again. Postpunk 1978-1984 (2005)
Pere Ubu-website Ubu Projex
interview Allen Ravenstine part 1, Perfect Sound Forever, Jason Gross, okt. 2010
interview Allen Ravenstine part 2
interview Allen Ravenstine part 3
interview Allen Ravenstine part 4