Dada rockt!

Dada en popmuziek.

Dada als historische stroming.

Dada als verzet tegen kleinburgerlijkheid.

Dada als verzet tegen de politieke orde.

Dada als verzet tegen de gevestigde kunstwereld.

Dada als kunst.

Dada als anti-kunst.

Dada als mentaliteit.

Dada als mythe.

Popmuziek en rebellie.

Popmuziek en maatschappijkritiek.

Dada en ironie. Dada en humor.

Popmuziek met ironie. Popmuziek met humor.

Dada en provocaties. Épater le bourgeois.

Popmuziek, provocaties en beledigingen.

Nihilisme.

Tegendraadsheid.

Tegenstrijdigheid.

Ontregeling.

Dada en doe-het-zelf.

Popmuziek en do-it-yourself.

Dada en montage.

Popmuziek en montage.

Tabula rasa, Year Zero.

Opnieuw beginnen.

Sex Pistols

Cabaret Voltaire

Throbbing Gristle

Test Dept.

Einstürzende Neubauten

The Residents

Negativland

Frank Zappa

Captain Beefheart

The Velvet Underground

Devo

Pere Ubu

Sonic Youth

Suicide

No New York

The Melvins

Animal Collective

Reverend Beat-Man

En veel meer.

Dada was een beweging in kunst- en literatuurkringen tussen 1916 en 1924, ontstaan in Zürich en meegenomen naar Berlijn en Parijs, met satellieten in onder meer Keulen en Hannover, een parallelle ontwikkeling in New York, en een late oprisping in Nederland. Als kunsthistorische stroming volgt het dadaïsme op het Italiaanse futurisme, het Franse kubisme, het Duitse expressionisme, en loopt het in Parijs over in het surrealisme, en in Duitsland in constructivisme en nieuwe zakelijkheid.

Dada bestond bij de gratie van de Eerste Wereldoorlog. In Zürich, in het neutrale Zwitserland, ontmoetten kunstenaars en schrijvers uit diverse landen elkaar. Literaire avonden ontwikkelden zich tot optredens met experimentele dichtvormen, moderne muziek, publieksbeledigingen en een hoop kabaal, en liepen vaak volledig uit de hand – vooral de optredens van de Berlijnse dadaïsten. Satirische publicaties werden door de autoriteiten in beslag genomen. Traditionele beeldende werkwijzen werden afgezworen ten gunste van knip- en plakwerk. In dadaïstische handen maakte de vormgeving van tijdschriften een revolutionaire ontwikkeling door.

Dada stelde alle vertrouwde waarden op ironische wijze aan de kaak. Zowel binnen de kunstwereld als in de samenleving. Soms nihilistisch, soms cynisch, altijd kritisch, vaak verwarrend en ontregelend, tegenstrijdig en irreëel, agressief, komisch, of soms alleen maar melig.

De bekendste namen: Hugo Ball, Emmy Hennings, Richard Huelsenbeck, Tristan Tzara, Hans Arp, Hans Richter, Walter Serner, Raoul Hausmann, Johannes Baader, George Grosz, John Heartfield, Hannah Höch, Francis Picabia, Max Ernst, Kurt Schwitters, André Breton, Erik Satie, Arthur Cravan, Marcel Duchamp, Man Ray. En Theo van Doesburg.

Dada raakte in de vergetelheid, maar nooit helemaal. Dada sluimerde zachtjes voort. In de jaren zestig van de vorige eeuw kreeg dada in de VS een déjà vu als Fluxus, een beweging die zich manifesteerde op een breed terrein van beeldende kunst, performances, architectuur, stadsplanning, design, literatuur en muziek. De componist John Cage was met zijn conceptuele, grotendeels door toeval bepaalde muziekstukken van grote invloed op de ontwikkeling van Fluxus in het algemeen, en op die van de componist La Monte Young in het bijzonder. La Monte Young was met zijn experimentele, soms noise-achtige minimal muziek weer een grote inspiratiebron voor Lou Reed en John Cale van de Velvet Underground, voor Glenn Branca en zijn studenten waaruit de band Sonic Youth ontstond, en voor de New Yorkse No Wave-bands. Tot de Fluxus-kunstenaars behoorde ook Yoko Ono, die onmiskenbaar John Lennon beïnvloedde.

Via Fluxus zijn dus al directe verbanden tussen dada en popmuziek aan te tonen, maar indirecte verbanden zijn er veel meer. Punkrockers hadden nog nooit van dada gehoord, hooguit de wat meer intellectuele figuren daartussen met een kunstacademie-achtergrond. Zoals Malcolm McLaren, manager van de Sex Pistols. En leden van postpunkbands als Wire, Gang of Four, Talking Heads, Devo, Pere Ubu, Suicide, Throbbing Gristle, Clock DVA, Cabaret Voltaire.

Met Cabaret Voltaire is al een directe brug geslagen tussen dada en pop. Deze Engelse industrial band vernoemde zich niet toevallig naar de plek in Zürich waar dada geboren werd. Ook industrial collega’s van Throbbing Gristle en Clock DVA en vele andere bands wisten van dada. Maar wat mij betreft: om een band of popmuzikant dadaïstisch te noemen is het onbelangrijk of een muzikant iets van dada weet.

Op deze weblog schrijf ik stukjes over dada en over popmuziek, popmuziek die dadaïstische kenmerken vertoont. Wetenswaardigheden, invloeden, analyses, anekdotes. En genoeg zijpaden.

Geweldig leesvoer:

Popmuziek, punk en subcultuur:

Greil Marcus, Lipstick Traces. A Secret History of the Twentieth Century (1989)

Jon Savage, England’s Dreaming. Sex Pistols and Punk Rock (1991)

Simon Reynolds, Rip It Up and Start Again. Postpunk 1978-1984 (2005)

Harold Schellinx, Ultra. Opkomst en ondergang van de Ultramodernen, een unieke Nederlandse muziekstroming (1978-1983) (2012)

Leonor Jonker, No Future Nu. Punk in Nederland 1977-2012 (2012)

Dada:

Publicaties van de dadaïsten zelf:

Tijdschriften, bloemlezingen, kronieken, dichtbundels, prentenmappen. Link naar de prachtig gedigitaliseerde dada-publicaties op de website van het International Dada Archive van de University of Iowa.

Verder van de dadaïsten vooral:

Hugo Ball, Die Flucht aus der Zeit (1927)

Richard Huelsenbeck, Dada Almanach (1920; facsimile reprint 1987)

Richard Huelsenbeck, En avant dada. Die Geschichte des Dadaismus (1920, 1984)

Richard Huelsenbeck, Dada. Eine literarische Dokumentation (1964, 1984)

Richard Huelsenbeck, Memoirs of a Dada Drummer (1974)

Raoul Hausmann, Am Anfang war Dada (1992)

George Grosz, A Little Yes and a Big No (1946); Ein kleines Ja und ein großes Nein. Sein Leben von ihm selbst erzählt (1955); Een klein ja, een groot nee. Herinneringen (1978)

Hans Richter, Dada. Kunst und Anti-Kunst (1964); Dada. Art and Anti-Art (1965)

Walter Mehring, Verrufene Malerei. Dada Berlin. Erinnerungen eines Zeitgenossen (1959, 1983)

Kleine selectie van publicaties over dada:

Robert Motherwell, The Dada Painters and Poets. An Anthology (1951, 1981) (de eerste baanbrekende bloemlezing van dada-werken, manifesten en andere teksten)

K. Schippers, Holland Dada (1974, 2000)

Hanne Bergius, Das Lachen Dadas. Die Berliner Dadaisten und ihre Aktionen (1993)

Marc Dachy, Dada & les dadaïsmes (1994, 2011) (historische documentatie en uitgebreide analyses van veel dada-facetten op alle belangrijke dada-plekken, de belangrijkste dadaïsten, filosofische en theoretische verbanden)

Hans Bolliger e.a., Dada in Zürich (1985, 1994)

Richard Sheppard, Modernism – Dada – Postmodernism (2000) (analytisch)

Karl Riha, Jörgen Schäfer, Dada total. Manifeste, Aktionen, Texte, Bilder (2005) (bloemlezing)

Dietmar Elger, Dadaïsme (2005) (goede beknopte inleiding met veel besproken dada-werken)

Leah Dickerman & Matthew S. Witkovsky (ed.), The Dada Seminars (2005) (goede essays)

Leah Dickerman e.a., DADA. Tentoonstellingscatalogus Parijs, Washington, New York (2006) (goede essays over dada in Zürich, Berlijn, Hannover, Keulen, New York, Parijs)

Marius Hentea, Tata Dada. The Real Life and Celestial Adventures of Tristan Tzara (2014)

Ariel Alvarez, Dada manieren. Een overzicht (2016)

Hubert van den Berg, Dada. Een geschiedenis (2016)

 

Advertenties
reacties
  1. paulien schreef:

    een citaat:
    Dada valt de wereld aan door haar een lachspiegel voor te houden.
    Malmbergmethodes / malmbergmethodes.nl

    Like

    • Ariel Alvarez schreef:

      Leuk, treffend. En aardig stukje over dada op jullie site. Kleine correcties in namen: Georg Gross was al vóór zijn dada-tijd bekend als George Grosz (een verengelsing van zijn oorspronkelijke naam), en John Heartfield heette eigenlijk Helmut Herzfeld.

      Like

  2. Bert Dobben schreef:

    Het enige raakvlak dat Punk met Dada heeft is de pretentie dat het zich afzette tegen alle voorgaande kunstvormen en dat die moesten worden afgebroken. Maar waar dat bij Dada leidde tot een vrolijk soort anarchisme die een enorme stilistische diversiteit opleverde, gelardeerd met veel absurde humor, manifesteerde Punk zich daarentegen inhoudelijk tot een enorme humorloze en regressieve cliché-diarree. Een extreem versimpelde en monotone Hard-Rock-stijl waar een ware Dadaïstische geest uit de jaren twintig zich stierlijk mee zou hebben verveeld. En waar het afzetten van Dada tegen de toen gevestigde kunst nog een serieuze en deels legitieme basis had namelijk dat je bij zoveel ellende op de wereld (eerste wereldoorlog) het niet meer kon maken om met artistieke uitingen te komen die oog- en oorstrelend waren was Punk meer een uiting van persoonlijke rancune jegens mensen uit de hogere sociale klassen en van nihilistische frustraties voortkomend uit oa een hoge werkeloosheid. En natuurlijk een razende jaloezie jegens mensen met echt muzikaal talent en doorzettingsvermogen. Veel Dada kunstenaars beheersten wel degelijk de stijlen waar ze zich tegen afzetten. Daar heerste, afgezien van wat talentloze meelopers die inhaakten op de trend, niet de instelling dat je van de nood een deugd kon maken (dat stromingen werden uitgekotst omdat die niet door de kotsenden zelf werden beheerst). Bij Punk heerste alleen maar de wens en ambitie om voor een dubbeltje op de eerste rang terecht te kunnen komen.

    Like

  3. Ariel schreef:

    Beste Bert,
    Dank voor je reactie. Je hebt gelijk dat dada en punk in veel opzichten niet met elkaar sporen. De overeenkomst is een rebelse houding tegenover de sociale en politieke situatie van de tijd en tegen ‘gearriveerde’ culturele uitingen. Publieksbeledigingen hoorden daarbij, de burgerman moest het, met z’n vastgeroeste normen en waarden, flink ontgelden. Inderdaad ging dat bij de dadaïsten gepaard met veel humor, wat je bij de (Britse) punks weinig ziet. Maar de tijden waren totaal anders. De oorlogsverschrikkingen die de meeste dadaïsten ook zelf aan den lijve hadden ondervonden, leidden tot een sterke politieke betrokkenheid en een sarcastisch verzet tegen de heersende klasse. De punks kenden zulke verschrikkingen niet. Maar ook zij kregen te maken met sociale misstanden, hoge werkloosheid en grote klasseverschillen. Dit geef jij zelf ook aan.
    Wat ik niet met je eens ben, is de generalisering van de punk tot een ‘regressieve cliché-diarree’, of het wegzetten van de punkers als door de werkloosheid gefrustreerde figuren en door muzikale onkunde jaloers geraakte gasten. Punt één: veel punkbands waren echt politiek geëngageerd (o.a. The Clash, Crass, The Pop Group). Punt twee: muzikaal gezien is er veel verschil. Veel terecht vergeten bands beantwoordden weliswaar aan de one-two-three-four drie-akkoordenclichés met een schreeuwende zanger, maar bands als de Sex Pistols, The Clash, The Buzzcocks, The Damned of Wire lieten wel degelijk creativiteit zien. Bovendien ontkomt geen enkel genre aan clichés, denk aan de blues. Overigens hadden veel punkmuzikanten hun sporen al in andere (gagarerock/pub rock) bands verdiend. En: de punkmuziek kwam niet uit de lucht vallen. Muziek van garagerockbands uit de jaren zestig werd weer tevoorschijn gehaald, en Amerikaanse voorlopers als Iggy Pop, Television en Patti Smith vormden een brug naar de Ramones en de rest van de punk. De punk was wat mij betreft een welkom verschijnsel, een frisse wind in het belegen geraakte popmuzikale landschap. Een veroordeling van technische vaardigheden die tot oeverloze bombast konden leiden. Een do-it-yourself mentaliteit die de dadaïsten ook al hadden: iedereen kan kunst maken (knip- en plakwerk), iedereen kan muziek maken (drie akkoorden). Tabula rasa, year zero. Zonder de punk geen postpunk en andere vernieuwende, creatieve oprispingen, niet alleen in de pop, ook in de jazz, soul etc. Dada heeft de kunst veranderd, punk de muziek.
    Groet, Ariel

    Like

  4. Bert Dobben schreef:

    Hallo Ariel.

    Ook jij bedankt voor je reactie. Ik wil er graag toch nog even wat verder over uitweiden want dit is een onderwerp dat me zeer na aan het hart ligt. Jij en zovele anderen doen het voorkomen dat het vaststaat dat het popmuzikale landschap vóór de punk belegen was maar daar ben ik het in het geheel niet mee eens. Je noemde zelf al een aantal voorlopers van punk die het dan blijkbaar ook niet goed genoeg deden in de ogen van de neprebellen van 1976. De tabula rasa is bij punk in feite niks anders dan de muziek weer terug bombarderen naar datgeen wat er altijd al was in de popmuziek namelijk dat wat men elementaire rock noemt. Oersaai, voorspelbaar en burgerlijk, net als Blues inderdaad. Volledig haaks staand op de avontuurlijke geest van Dada. En ik ben het ook niet eens met de link die jij legt tussen technische vaardigheden en oeverloze bombast. Dan lijkt het dus alsof uit puur esthetische overwegingen op technische vaardigheden werd afgegeven maar feitelijk is dat gewoon een excuus voor luiheid geweest, ook bij de zg voorlopers zoals die afschuwelijke Iggy Pop of The Ramones. Niet iedereen beschouwd deze mensen als helden en daar lijk je wel een beetje vanuit te gaan. Voor bombast heb je ook geen enkele technische vaardigheid nodig. Die kan je ook bewerkstelligen met drie akkoorden en door de volumeknop van de gitaarversterker helemaal naar rechts te draaien, iets waar alle punkgroepen zich schuldig aan maakten en ook in hun manier van presenteren, het naar buiten brengen van hun maatschappelijke en politieke pretenties, waren ze niet bepaald timide en bescheiden. Shockeren gaat per definitie gepaard met veel bombast anders sorteert het geen enkel effect. Virtuositeit kan daarentegen heel intiem en “klein” zijn. Jazzpianist Bill Evans is daar een heel mooi voorbeeld van. Bovendien: wie bepaald dat bombast een in objectieve zin negatief begrip is? Dan zou heel veel werk van Johann Sebastian Bach, wiens technisch superieure muziek in zijn eigen tijd heel wat meer weerstand opriep dan die van Johnny Rotten in 1977, ook naar de vuilnisbelt moeten worden verwezen en daar protesteer ik heftig tegen. De algemene opinie onder de popmuziekjournalistiek is dat punk voornamelijk de progressieve rock als mikpunt had. Maar punk keerde zich in minstens dezelfde mate tegen de mainstreamrock en dito pop uit de eerste helft van de jaren zeventig en zelfs tegen de heiligverklaarde “iconen” uit de zestiger jaren. Johnny Rotten noemde zelf ooit oa de Rolling Stones en Rod Stewart als representanten van het door hem verfoeide establishment. Op zich terecht maar dit past veel rockjournalisten wat minder in hun straatje en dus benadrukken ze zelf juist die ene muziekstijl als mikpunt van punk die hen zelf niet bevalt nl de progrock. Toen ik voor het eerst echt bewust naar muziek ging luisteren ontdekte ik via de Supercleandreammachine de symfonische rock en aanverwante stijlen en het merkwaardige is dat naast een puur muzikaal-inhoudelijke liefde voor die klanken bij mij juist in de keuze voor die muziek ook een aantal sentimenten en criteria meespeelden die je vaak bij punkliefhebbers ook ziet terugkomen namelijk verzet tegen de burgerlijke smaak en een,hang naar non-conformisme en ik vond die juist in de complexe virtuoze (en dus avontuurlijke) muziek terug. Muziek die het oerconservatieve keurslijf van de domme liedjesstructuur van couplet – refrein couplet – refrein compleet verpulverde (iets wat jij dan waarschijnlijk ziet als een symptoom van oeverloosheid). Dat soort dingen kwam je doorgaans in die vreselijke hitparade niet tegen. Met Relayer van Yes kan je tot op de dag van vandaag een kamer vol visite leeg krijgen waarvan je sowieso al hoopte dat die vroeger zou vertrekken. Er zit ook een rare discrepantie tussen enerzijds er prat op gaan dat iedereen kunst zou kunnen maken en anderzijds, als iemand er gewag van maakt dat punks feitelijk niet konden spelen, dat dan de wat latere punkgroepen als voorbeelden van het tegendeel worden aangehaald juist omdat die groepen ineens weer wat meer (technische) vaardigheden in hun muziek toelieten (want als je slechts twee akkoorden beheerst op een gitaar dan is niks gemakkelijker om de meer vaardige muzikanten op hun donder te geven totdat je zelf het derde en vierde akkoord plotseling ontdekt….wie zijn vocabulaire verrijkt gaat daar ook automatisch gebruik van maken dus worden de composities ineens ook weer wat geraffineerder en complexer – ziedaar het ontstaan van de post punk en new wave!) en dat wordt dan ineens wel weer als een verdienste gezien. Tot op de dag van vandaag blijf ik van mening dat juist de muziekstijl die het meest als tegenpool van de punk geldt (de voornoemde progressieve rock dus) veel meer met Dada te maken heeft dan punk want dáár vind je experimenteerdrift, absurditeit en anarchie maar dan wel op een technisch hoog niveau (zoals in de schilderkunst het uit Dada voortgekomen Surrealisme)
    Je zou kunnen zeggen dat de erfenis van Dada zich bij punk manifesteert in destructiviteit en bij Prog-rock in de enorme speelsheid en lust tot experimenteren en dat laatste is hetgeen wat me in Dada het meest bekoort. Kunst is niet iets wat iedereen kan. Zelfs het woord kunst geeft al aan waar het om gaat: kunnen!! En een tabula rasa hoeft niet gepaard te gaan met technisch en muzikaal onvermogen. De Free Jazz werd zowel bedreven door technisch superieure musici (John Coltrane, Cecil Taylor, Sam Rivers) als door muzikale prutsers (Albert Ayler, alhoewel die in punkkringen waarchijnlijk nog als technisch te vaardig zou worden beschouwd). In geen enkel ander metiér wordt zo op technisch kunnen en virtuositeit afgegeven als in de muziek. Prog-rock wordt feitelijk afgekraakt op basis van criteria die bij alle andere kunsten als positieve kwaliteitsbepalers worden gezien. En stel nu dat in de literatuur en dus ook in de wat meer essayistische rockjournalistiek er een soortgelijke beweging op gang zou komen. Dus: iedereen kan schrijven, weg met technisch kunnen, virtuositeit is shit…….kortom: een.tabula rasa in de letteren (contradictio in terminis). Dan zouden al die middleclass journalisten en dito schrijvers zoals Greil Marcus en in Nederland iemand als Roel Bentz van den Berg, die hoog opgeven over punk, niet alleen moeten accepteren geen hogere status meer te mogen bedingen ten opzichte van de simplistische Jip en Janneke krabbelaars, ze zouden, dankzij hun academische, intellectuele en dus technisch zeer bekwame manier van schrijven zelfs het voornaamste mikpunt moeten zijn van die “punkauteurs”. Daarom zullen die literair wat meer angehauchte popscribenten (die overigens vaak de ballen verstand van muziek hebben) die de punk ophemelen, er ook nooit voor pleiten dat die zogenoemde opfrisbeurt binnen hun eigen metiér plaats zal moeten vinden want dan zagen ze de poten onder hun eigen stoel vandaan door het verlies van hun hogeschoolstatus. Op muziekgebied pleiten ze voor streetcredibility maar in de manier waarop daarover moet worden geschreven doen ze er alles aan om aan te tonen dat ze niet van de straat zijn. En waar zie jij de vele invloeden van punk terug? En meen je het nu echt dat we alle creatieve oprispingen in muziek na 1977 te danken hebben aan punk? Dat zou toch werkelijk de eerste keer zijn in de hele muziekgeschiedenis dat creativiteit van een hele kunstdiscipline louter nog maar door één motor zou worden aangedreven en dan uitgerekend door deze miserabele monotone simplistische stijl (ik blijf erbij) En waar zijn die invloeden in bijvoorbeeld Jazz en Soul terug te horen? Jazz kan heel goed zonder punk en Jazz zou eigenlijk ook de doodsvijand van punk moeten zijn want het stikt in die muziek van technisch voortreffelijke virtuoze muzikanten die oeverloos soleren. En is het hebben van een grote invloed niet juist funest voor iets wat als non-conformistisch te boek wil staan? Zoiets moet dan toch eigenlijk niet veel navolging krijgen? Dada had dat volgens mij ook niet want dat was toch veel meer een intellectuele beweging. Iets waar je sowieso geen grote publieke bekendheid mee kon krijgen. En als zowel Dada als punk anti-kunst willen zijn: waarom dan zo pamflettistisch dat van de daken schreeuwen? Wie met veel bombarie statements aflegt, wie in het openbare domein ageert wil per definitie serieus worden genomen en zelf wellicht stiekem uiteindelijk tot het establishment gaan behoren (wat punk feitelijk gemakkelijk lukte vanwege de conventionaliteit van de klanken). Als je niet als kunstenaar serieus wilt worden genomen dan kan je dat bewerkstelligen door niks in het openbaar te publiceren, te exposeren of op het podium te gaan staan. En was het in de twintigste eeuw, met zijn nadruk op vernieuwingen in de kunst, eigenlijk niet heel erg conformistisch om non-conformisme na te streven? Rebelsheid is vooral in de popmuziek tot een cliché verworden met een grote marktwaarde en dus eigenlijk iets dat heel burgerlijk is om na te streven.

    ps…toevallig las ik net een interview dit weekend in het Engelse blad Prog met Pere Ubu. Ik zie hem in jouw rijtje staan dus je beschouwt hem blijkbaar als een muzikaal equivalent van Dada en derhalve dus ook als Punk. Interessant om dan misschien te weten dat hij zich ook tegen het principe keert van de opvatting dat iedereen een kunstenaar kan zijn. Hij vergelijkt de Engelse punk zelfs in dat opzicht met iemand als Simon Cowell, een afgrijselijk gladde presentator die in een soort ‘England got talent’ programma als jurylid fungeert waarbij ook een beetje de ondertoon resoneert dat iedereen in principe een artiest kan zijn. Verder zegt hij nog dat de groep Henry Cow echt datgene representeerde wat de Sex Pistols (die wel degelijk tot de one two three four twee akkoorden groepen behoorde) pretendeerden te zijn nl anti-establishment, zowel in politiek, maatschappelijk als muzikaal opzicht. Een Dada-Punk figuur (in jouw ogen althans vermoed ik) die een progressieve rock groep op het schild hijst als zijnde echt rebels!!! Dat vond ik zeer interessant en bemoedigend. Maar als muzikaal non-conformisme betekent dat je je tegen alles wat aan jouw tijdperk vooraf ging afzet dan is muziek niet meer iets dat je uit pure schoonheidsoverwegingen kiest, dan is het alleen nog maar een imagoverschaffer geworden om jezelf een rebels elan te geven en daar zijn muziek en kunst in zijn algemeenheid in mijn ogen veel te mooi en waardevol voor. Ik kan ook radicale maatschappelijke opvattingen hebben en er daarnaast een muzieksmaak op na houden die op geen enkele manier met die opvattingen in verbinding staat.

    Overigens heb ik een cd in eigen beheer uitgebracht onder de naam Peff met als titel ‘Pleasing the neighbourhood with electrifying Dadaism. Het is beslist geen punk maar wel do it yourself en hopelijk zeer Dada!!!

    Met vriendelijke groet, Bert.

    Like

    • Ariel Alvarez schreef:

      Beste Bert,

      Dank weer voor je zeer uitgebreide en lezenswaardige bijdrage. Over de waarde van de punk voor de (pop)muziek zullen we het niet snel eens worden. Hierbij wat nuanceringen van mijn kant, want ik zie de zaken niet zo zwart-wit als je zou denken.
      – Ik ben zelf niet echt van de punk. Ik wil alleen de waarde benadrukken die deze stroming binnen de ontwikkeling van de popmuziek gehad heeft. Het gaat mij om een mate van creativiteit in de muziek, waarvoor de punk – inderdaad een elementaire afgeleide van de rock ‘n’ roll – een grote katalysator geweest is. Let wel, een, niet dé katalysator. De invloed van punk bleef buiten de popmuziek uiteraard beperkt.
      – De jazz heeft zich natuurlijk gewoon doorontwikkeld, stond los van de punk. Voor een deel van die ontwikkelingen was de punk echter wel een inspirerend verschijnsel, denk aan een band als de Lounge Lizards rond 1980 (waarin naast de broertjes Lurie niet de minste muzikanten hebben meegespeeld, zoals Arto Lindsay, Marc Ribot, Anton Fier die ook een tijdje bij Pere Ubu gedrumd heeft). Denk aan de soul-funk-jazz-punk van James Chance/White. Denk aan interessante samenwerkingen zoals van The Ex met Han Bennink. Denk ook aan John Zorn, die de punk meer als een eclectisch, postmodernistisch stijlkenmerk gebruikt. Op een technisch begaafde manier.
      – Blues en rock hadden zich al in de sixties gemengd (Animals, Rolling Stones, Led Zeppelin, en talloze garagebands), maar een bluesrockband als The White Stripes heeft ook duidelijk punkinvloeden.
      – Enzovoorts.
      – Ik stel punk niet gelijk aan dada. Ik wil alleen overeenkomsten aangeven. Dat kan ook niet anders: verschillende tijden, verschillende achtergronden. De dadaïsten waren inderdaad overwegend intellectuelen, de punks overwegend middle class kids. De overeenkomsten liggen vooral in een rebelse, antiburgerlijke mentaliteit en in het do-it-yourselfprincipe. Dat sommigen daarbij zelf technisch onderlegde kunstenaars/muzikanten waren, doet daar niets aan af. Dat rebelsheid in de popmuziek een cliché is geworden is duidelijk (onaangepast gedrag van individuën), maar ik heb het over rebelsheid als kenmerk van een hele stroming.
      – De meeste bands die ik met dadaïsme associeer hebben weinig of niets of slechts indirect met punk te maken.
      – Pere Ubu is niet dada en niet punk. De band bestond al voor de opkomst van de punk als stroming, David Thomas wilde het dadaïsme niet aanmerken als invloed. Invloeden waren muzikaal vooral de Velvet Underground en rauwe garagerock als van Iggy Pop en MC5 (literair natuurlijk o.a. Jarry, een grote invloed op dada en vooral surrealisme). Ook Zappa en, inderdaad, Henry Cow. Maar dadaïstische kenmerken zijn bij Pere Ubu toch wel aan te voeren, zie mijn stukje over Pere Ubu.
      – Ik heb niks tegen virtuositeit, zolang die maar gepaard gaat met inventiviteit en creativiteit (zoals bij de meeste jazz-grootheden). Virtuoze elektrische gitaristen als Joe Satriani en Steve Vai, daar kan ik niks mee. Wel met Jimi Hendrix, Jimmy Page, Al Di Meola, Steve Howe, Robert Fripp, Fred Frith.
      – Ook zijn er virtuoze instrumentalisten die hun essentiële bijdragen in bands bewezen (Rick Wakeman in Yes, Joe Zawinul in Weather Report), maar later afgleden naar kitscherige bombast.
      – Creatief instrumentgebruik kan echter ook zonder technische scholing tot stand komen, dan denk ik bijvoorbeeld aan gitaristen als Joey Santiago van de Pixies of aan The Edge van U2, en vele anderen.
      – Bombast is een lastig begrip. In de klassieke muziek zie ik de bombast niet zozeer bij Bach, eerder bij Wagner. Wat mij betreft wordt bombast storend als die naar kitsch neigt (niet bij Wagner hoor).
      – Ik zie de punk alleen als een katalysator binnen de (pop)muziek (en in het denken over muziek), niet als een heilige grootheid. Het leven vóór de punk was ook mooi. Zolang het maar geen middle of the road was. Ook ik luisterde naar Superclean Dreammachine. De eerste platen van Pink Floyd vond ik sterk, en die van Soft Machine, Yes, Gentle Giant, King Crimson en zelfs Genesis een tijdje, eerlijk is eerlijk. Jazzrock als van John McLaughlin/Mahavishnu Orchestra, Chick Corea, Weather Report. Door de kennismaking met Captain Beefheart, de Velvet Underground/Lou Reed en Roxy Music ontwikkelde mijn muzikale belangstelling zich in een andere richting. En door de komst van de punk, postpunk/new wave ook weer. Maar dat wil niet zeggen dat ik mijn oude muzikale helden bij het grof vuil heb gezet.
      – Leuk trouwens dat je zelf muziek uitbrengt die je met dada associeert.

      Like

  5. Huub de Bode schreef:

    nice to read and to know of your existence! I am preparing some dada-events for next year through Europe. Maybe we can meet or mail about our plans? Lots of dada’s!!
    Huub

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s