Post Tagged ‘Klaas de Jonge’

Maskerade

Doe de Maskerade! Zet je sleetse masker af – of ga in je beste vermomming – en laat de elf kunstetalages van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt op je inwerken. Daar is momenteel maskerwerk van hedendaagse kunstenaars te zien, gecombineerd met Afrikaanse maskers, georganiseerd door de Stichting Polderlicht.

Een typische woonbuurt met typische woonstraten waar typisch niets bijzonders uitspringt. Waar ook niets bijzonders gebeurt – bewoners en bezoekers komen en gaan. Rustig, al rijdt er wel af en toe een tram langs. Dus ook de ‘Kunsttraject’-etalages knallen je niet van een afstand tegemoet, maar pas als je er vlakbij bent.

Ja, daar heb je er één. Een metershoge tekening van een mensfiguur in spijkerpak, met lange blonde haren achter een exotisch masker, sigaret in de hand. Man, vrouw? Westers, niet-westers? De tekening is op wit papier, de figuur is vrij vlak weergegeven in heldere kleuren. Het is werk van Charlotte Schleiffert. Waarom dat masker? Je wordt geconfronteerd met een onduidelijke, ambivalente identiteit. Haar onderwerpen belichten vaak politiek-maatschappelijke kwesties, zoals het koloniale verleden, religieuze tegenstellingen, seksueel geweld, economische belangen, stroperij. Demonische maskers verbeelden het samenspel van goede en kwade machten. Schleifferts tekeningen zijn krachtig in hun helderheid, zo’n niet-westers masker kijkt je zelfbewust aan, zeker in contrast met de westerse kleding. Naast de tekening hangen twee Afrikaanse maskers, plus nog een gehaakt masker met handjes van Carmen Schabracq, die in een volgende etalage uitgebreid aan bod komt. Want dat is óók verrassend in deze tentoonstelling: al ligt per etalage het accent op werk van één kunstenaar, samen met Afrikaanse maskers, opeens kan er ook een masker of beeld of tekening of poster van een van de andere deelnemende kunstenaars tussen opduiken.

Klaas de Jonge

De Afrikaanse maskers zijn uit de collectie van Klaas de Jonge, de antropoloog die midden jaren tachtig bekend werd als anti-apartheidsactivist in Zuid-Afrika en twee jaar vastzat in een gebouw van de Nederlandse ambassade in Pretoria, nadat hij was opgepakt voor wapensmokkel voor het ANC. Vanaf eind jaren negentig werkte hij mee aan onderzoek naar de genocide in Rwanda; als tegenwicht voor de gruwelijke verslagen van de Rwandese burgeroorlog begon De Jonge traditionele beelden en maskers te verzamelen. De meeste zijn afkomstig van het Lega-volk in Oost-Congo. (Zie ook Polderlicht: Zeg ken jij de maskerman).

Als kunstwerken zijn ze niet bedoeld, die Afrikaanse maskers. Wel als min of meer functionele objecten die geesten herbergen van voorouders, mythische figuren, ziekten, vruchtbaarheid e.d. Ze bieden bescherming en hebben hun plaats gekregen in rituelen zoals bij geboorte en overlijden, huwelijk, initiatieriten.

In de westerse wereld worden ze wel als kunstwerken tentoongesteld, al zijn de makers van die beelden in de regel onbekend. Vanaf het eind van de negentiende eeuw werden verzamelingen objecten uit verre culturen ondergebracht in musea voor volkenkunde. Die exotische objecten waren voor een habbekrats van de lokale bevolking gekocht, of gewoon ongevraagd meegenomen uit de koloniën (‘roofkunst’). Met hun vreemde vormen en verhoudingen werden ze vaak gezien als primitieve curiosa, maar ook inspireerden ze veel kunstenaars in het Westen: Picasso raakte in de ban van hun vormtaal, die een sterke impuls aan de ontwikkeling van het kubisme gaf – denk aan zijn Demoiselles d’Avignon. Ook de Duitse expressionisten raakten geobsedeerd door Afrikaanse en Oceanische beelden en maskers. Terwijl die objecten voor de kubisten belangrijk waren vanwege hun bijzondere vormen, hadden ze voor de expressionisten ook een emotionele en spirituele zeggingskracht, en getuigden ze van een puurheid die in de westerse samenleving steeds verder te zoeken was.

oerbewustzijn

De dadaïsten gingen nog een stap verder: de westerse samenleving was in hun ogen volkomen verdorven geraakt. Technologische innovaties hadden weliswaar voor steeds meer gemak gezorgd (liften, roltrappen, gemotoriseerd transport), maar ook tot de verwoestende gevolgen van de Eerste Wereldoorlog geleid (tanks, mitrailleurs, gevechtsvliegtuigen, gifgassen). Ook de taal was verziekt in de oorlogspropaganda en de verslaggeving in kranten. In hun Cabaret Voltaire voerden de dadaïsten steeds meer irrationele performances uit, geïnspireerd door een soort algemeen oerbewustzijn dat zij in ‘primitieve’ culturen zagen. Ze droegen gedichten uit fantasiewoorden voor en omhulden zich met zelfgemaakte, op niet-westerse vormen gebaseerde kostuums en maskers. Hun dansbewegingen waren vaak impulsief, geleid door het onbewuste. De maskers en kostuums versterkten die impulsiviteit. (Zie ook Dada Afrika)

Maskers zijn er om je achter te verschuilen, om je identiteit te verhullen, om tijdelijk een andere identiteit aan te kunnen nemen, om je daarin gesterkt te voelen, of om ongestoord los te kunnen gaan met carnaval.

de maskerkunstenaars

Guda Koster pakt mensen in. In bijzondere kostuums, die ze zelf maakt. Zo kan een hoofd of een groot deel van het lichaam bedekt zijn door een geometrische vorm in dezelfde stof als de rest van het kostuum, en dan soms ook nog eens gefotografeerd tegen een achtergrond van hetzelfde dessin als van het kostuum. De grens tussen kleding, sculptuur of installatie kan dan behoorlijk vervagen. In een van de etalages hangt een foto van een figuur in mannelijk pak, voorovergebogen geknield, het hoofd bedekt door een grote ‘puntmuts’ die de vloer raakt, als verlengde van het pak. Sterk van vorm en grappig om te zien, ik krijg daarbij de associatie met een miereneter. Erboven en eronder zijn Afrikaanse maskers geplaatst.

Een andere kunstenaar die met omhullende kostuums werkt is Carin Baeten. Met haar poppen/kostuums/sculpturen is een etalage ingericht, tegen een achterwand met veel Afrikaanse maskers. Die poppen zijn verschillend van formaat, van manshoog tot kindermaatje. Ze staan je uitdagend aan te kijken – minimale ingrepen in het materiaal hebben expressieve gezichtsuitdrukkingen op de hoofden getoverd. Verschillende stoffen zijn inventief en spannend met elkaar gecombineerd. Door hun aardkleuren komen de houdingen en ‘gezichtsuitdrukkingen’ vanzelf sterk naar voren, en vormen ze een harmonieuze eenheid met de Afrikaanse maskers.


Carmen Schabracq
haakt kleurige maskers van wol. ‘Haar’ etalage hangt vol met maskers van dieren en fantasiewezens met cartooneske vormen. Een witte varkenskop met een roze snuit en even roze omrande ogen en oren, een zwarte soort miereneter met een lange witte snuit, een inktvis, felgekleurde vreemde vogels. De wollen maskers zijn aansprekend en komisch. En ze moeten in principe draagbaar zijn – zij draagt ze zelf ook, en komt daarmee op de foto. Tussen de wollen maskers door zijn ook behoorlijk karikaturaal aandoende Afrikaanse maskers geplaatst.



Mooi om te zien hoe uiteenlopend kunstenaars met maskers bezig kunnen zijn. Al die compleet verschillende materialen, vormen en verbeeldingen. Manshoge maskers van schuimrubber! Serge Game maakt ze. Krachtige vormen met een demonische uitstraling, zoals je ze in totempalen voor je ziet. Komische elementen, ook. Een uitgestoken ellenlange tong, opgerolde stukken schuimrubber op onverwachte plekken, rood-geel-wit-zwartgekleurde stokken die de vormen op hun plaats houden.


De fotograaf-kunstenaar Paul Bogaers maakt ‘fotosculpturen’, waarbij de fotografie – de laatste tijd voornamelijk ‘gevonden’ foto’s – vaak een prominente rol in de sculpturen speelt, maar soms ook helemaal niet meer, wat juist tot een grote diversiteit leidt. De beelden zien er quasi-primitief uit en lijken naar verre culturen te verwijzen. Ook weet hij met gevonden gereedschap of instrumentarium exotisch uitziende koppen te verbeelden, bijvoorbeeld met oude houtschaven, wat tot komische effecten leidt. Een foto van het gezicht van een blanke man is op een rudimentair gevormd mensfiguur geplakt, zijn lijf is omgord door lange vuurpijlen, bij wijze van wapentuig. Het even rudimentaire beeld ernaast heeft een bril op het voorhoofd. De meeste van die beelden zijn van papier maché. Daarmee maakt hij ook maskers met stukjes glas of spiegels erin – hè? Waar komen die nou vandaan? Soms moet je goed kijken om te ontdekken dat je niet naar een Afrikaans beeld kijkt maar naar een werk van Bogaers – een spannend en geestig samenspel met de Afrikaanse maskers.

De spannende kleurloosheid van het werk van Bogaers wordt in deze etalage prachtig verstoord door een grote rood-blauwe poster met een strak, schematisch gezicht, en een in dezelfde kleuren rood en blauw (toeval?) geschilderd gipsen masker, ook vrij schematisch van vorm.

Dat masker is van Carmen Schabracq, die poster van het ontwerperstrio HOAX. Ondanks de geometrische vormgeving straalt de tekening een sterke, cartoonachtige, maar ook demonische expressiviteit uit. HOAX (Bram Buijs, Steven van der Kaaij en Sven Gerhardt) is geen bureau met een specifieke stijl, maar werkt doordacht naar een visualisering van het opgegeven idee. In een andere etalage hangt ook weer een grote HOAX-poster, bestaande uit negen uitbeeldingen van exotische maskers, weer strak geometrisch, in verschillende felle kleuren. De maskergeest in hedendaags drukwerk. Deze poster is een levendige relatie aangegaan met een Afrikaans masker en een gigantische schuimrubberen totemkop van Serge Game.


Met deze Maskerade-tentoonstelling hebben John Prop en Loes Diephuis van Polderlicht een knappe prestatie geleverd. Zij hebben de Kunsttraject-etalages van de Staatsliedenbuurt ingericht, vijftig Afrikaanse maskers van Klaas de Jonge op een subtiele manier samengebracht met de uitgezochte hedendaagse maskerkunstwerken. Het speelse, inventieve, fantasievolle én komische karakter van deze kunstwerken past mooi bij de – ja, vaak ook komische – Afrikaanse maskers.

Nog t/m 12 november.

Meer info: Polderlicht

 

 

Advertenties


Loop het CBK in Amsterdam-Oost binnen en laat je verwonderen door ritmische geluiden en ronddraaiende assemblages in bizarre bouwsels van de meest diverse voorwerpen. Gevonden dingen zonder waarde, die in een nieuwe samenhang opeens nieuwe waarden krijgen.

ontroerwoud-1

verzameling

Alles kan door kunstenaar Wim Vonk ingezet worden als onderdeel van het werk. Van plastic dopjes tot oude ramen, van roestige ijzerwaren tot kleurig speelgoed, van gammele kastjes tot een landschap van lipsticks, van oude apparaten tot allerlei lampjes, van een hoog opgehangen verzameling cd’tjes tot een antiek driewielertje met een soort roze Kermit de Kikker erop, je kunt het zo gek niet bedenken. En zelfgefabriceerde tekenmachientjes, eigen tekenwerk, en kunstwerken van anderen. En: Afrikaanse beelden, heel veel. Hierover straks meer.

Wim Vonk verzamelt al meer dan dertig jaar afgedankte spullen om daarmee ruimtelijke bouwsels te maken. Met de vondst van draaischijven werden beweging en geluid wezenlijke elementen van die bouwsels. Tussen de ritmische tikken en bonken door hoor je ook ‘echte’ oerwoudgeluiden van tropische vogels – een geintje.

ontroerwoud-3

kwinkslagen

Het ziet er allemaal zo vanzelfsprekend uit. Alsof al die vreemde constellaties zomaar uit willekeurig bij elkaar geraapte voorwerpen zijn samengesteld. Dat is niet zo – alle objecten worden weloverwogen met elkaar verbonden, al is het maar om de stabiliteit te bewaren – maar het is wel mooi dat het allemaal zo vanzelfsprekend oogt, daardoor kun je er prettig onbevangen langs banjeren. En je verwonderen over die ongelooflijke, bonte gekkigheid die je blik voortdurend blijft vasthouden. De meest uiteenlopende dingen worden op een speelse manier met elkaar gecombineerd tot verrassende, vrolijk stemmende kwinkslagen. Elk voorwerp vormt een geheel met andere voorwerpen, en tegelijkertijd vraagt elk afzonderlijk ding weer om aandacht tussen al die andere vreemdsoortige objecten. Je komt ogen en oren tekort.

ontroerwoud-2

dada

Als dat niet wat met dada te maken heeft. Want ook de dadaïsten, van honderd jaar geleden, vonden met hun verzet tegen de gevestigde orde, en dus ook tegen de gevestigde kunstorde, dat je met ordinair voorhanden materiaal kunst moest kunnen maken. Foto’s uit tijdschriften voor fotomontages, of allerlei voorwerpen voor assemblages – het materiaal dient zich op een gegeven moment vanzelf aan. De Berlijnse dadaïsten gaven aan die beeldcombinaties nieuwe inhoudelijke betekenissen, vaak met een politieke lading. Kurt Schwitters, uit Hannover, was ook zo’n verzamelaar. Die vond ook dingen op straat, of bij anderen thuis (soms nam hij ongevraagd dingen mee), die hij in zijn werk gebruikte. Niet politiek geladen, wel ten dienste van een nieuw beeld. Hij noemde zijn werk ‘merz’ in plaats van dada – hij werd immers niet dada genoeg bevonden voor de Berlijnse Club Dada.

schwitters-merzbau-3

Wim Vonk doet ongeveer hetzelfde. Dingen uit zijn verzameling uitzoeken en tot onwaarschijnlijke nieuwe beelden transformeren. En dan ook nog eens heel groot en heel veel. Iets wat Kurt Schwitters ook deed in zijn ‘Merzbau’. Zijn hele huis in Hannover, inclusief kamers van zijn ouders en het balkon, viel ten prooi aan zijn assemblages van voorwerpen die op zichzelf al een historie hadden, om ze daarna achter houten panelen in te bouwen, een soort hokjes, of grotten meer, die hij ook weer dichtsausde met een laagje gips. Dat bouwwerk groeide en groeide, door het plafond heen naar de bovenverdieping, alle kanten op. Helaas heeft dat grottenhuis in Hannover de Tweede Wereldoorlog niet overleefd, maar foto’s daarvan zijn wel bewaard gebleven.

Maar Wim Vonk stopt niks weg achter schotten, alles is juist open en bloot zodat het speelse karakter van al dat spul je continu kan verbazen.

ontroerwoud-4

Afrika

En dan die Afrikaanse beelden en maskers, wat doen die in dat werk, horen ze erbij en waar komen ze vandaan? Die komen bij Klaas de Jonge vandaan. Klaas de Jonge ja, die antropoloog en anti-apartheidsactivist die midden jaren ‘80 twee jaar in Zuid-Afrika vastzat voor wapensmokkel voor het ANC – lang verhaal met diplomatieke complicaties, maar waar het in dit verband om gaat: De Jonge ging Afrikaanse beelden en maskers verzamelen, en dat werden er heel veel. Die verzameling wilde hij ergens onderbrengen en dat kon mooi in de werkplaats van het kunstenaarsechtpaar Wim Vonk en Marja van Putten. En Vonk mocht ze gebruiken in zijn werk. Die Afrikaanse beelden zijn namelijk geen kunstwerken met een ongenaakbaar aura. Ze moeten ook niet met een westerse kunstblik bekeken worden, want die bedoeling hebben ze helemaal niet. Het zijn meer functionele objecten die gebruikt worden bij rituelen en ceremonies, zoals bij initiatieriten. Ze horen bij het leven en helpen je bij de verdieping van kennis.

ontroerwoud-7

leven

Wim Vonk – dada – Afrika: hiertussen liggen interessante connecties. Tussen dada en Afrika: zie mijn vorige stukje. Tussen Afrika en Wim Vonk: die Afrikaanse beelden horen niet bij de zogenaamde hogere kunst, juist vanwege hun ceremoniële en rituele functies. En omdat ze niet bij die hogere kunst horen, passen ze zo goed in het werk van Vonk. Omdat hij werkt met dingen die ooit functioneel waren, objecten met een afgedankte functionaliteit. Dingen van de straat, van het afval, uit het gewone leven. Die Afrikaanse beelden hebben ook met het gewone leven te maken, en ook de dadaïsten verzetten zich tegen de hogere kunst, ook zij wilden het leven in hun werk betrekken. Het spontane leven, met gebruikmaking van het toeval. Toevallige vondsten, spontane invallen.

En dat is wat Vonk’s werk zo sterk maakt: gebruikmaken van wat bij het leven hoort. Elk afgedankt voorwerp heeft zijn geschiedenis, en wordt weer gecombineerd met andere dingen met hun geschiedenis. Een Afrikaans beeld kan zomaar een lepel onder zijn arm krijgen, of een rood fietslichtje, maar evengoed wel met respect. Elk ding staat ten dienste van het geheel, ten dienste van een gevoelige balans, zou je kunnen zeggen.

ontroerwoud-6

vrijheid

Bij Wim Vonk zijn kunst en leven met elkaar verweven, in een grote mate van vrijheid, een vrijheid die ook kenmerkend is voor zijn uiteenlopende tekeningen. En daardoor kunnen al die speelse, opzienbarende en komische assemblages op een logische manier ontstaan, in een poëtisch spel van materialen, vormen, kleuren, licht en schaduw, beweging en geluiden. Alles is verrassend, van kleine details tot grotere constellaties tot en met de hele installatie. En dat Ontroerwoud blijft verrassen, want het is nooit af. Vonk blijft eraan bouwen, toevoegen, veranderen, maar neemt ook werk van anderen op in zijn installatie, wat het helemaal tot een gesamtkunstwerk maakt. Zo was er meteen al een groot werk van Marja van Putten opgenomen, de ‘Flags of the World’. Verder onder andere schilderijtjes van Armando, JCJ Vanderheyden en werk van meer kunstenaars.

ontroerwoud-10-rauher-engel-flags-of-the-world

programma

En het blijft niet bij een tentoonstelling, er is een heel programma van optredens met muziek, verhalen, voordrachten en performances, vaak in een directe reactie op het werk. Zo was er op de opening een danseres op stelten met accordeon, die zich tussen het werk door bewoog, in een speelse wisselwerking met een op kleine stokken ‘kruipende’ danser; een stichtelijke en dansende dada-bisschop; verder zijn er meer dansers geweest, was er ingetogen maar ook galmende muziek, een performance op een met felgekleurde plastic manden en tassen behangen fiets, en de voordracht van een hilarisch, inmiddels achttien minuten durend groeigedicht – zie de website voor meer informatie over de acts en de performers.

De tentoonstelling is alleen deze week nog te zien, met a.s. zaterdag 22 oktober de laatste act: een sound performance van Isidoor Wens. Mis het niet, grijp je kans!

Organisatie van deze tentoonstelling: Polderlicht (John Prop & Loes Diephuis) i.s.m. CBK Amsterdam.
Bekijk dit prachtige filmpje van Polderlicht/John Prop: https://vimeo.com/182135000

 

De gebruikte foto’s zijn van Ontroerwoud, Marja van Putten, waarvoor dank. Meer foto’s: Ontroerwoud

websites:
Ontroerwoud
Polderlicht
CBK Amsterdam
Wim Vonk
Marja van Putten
facebook: Ontroerwoud

CBK Amsterdam, Oranje-Vrijstaatkade 71, 1093 KS Amsterdam
Open van woensdag t/m zaterdag 11.00-17.00 uur, donderdag 11.00-20.00 uur