Post Tagged ‘Kykianity’

Uit mijn vorige blogposts over ‘dada-barones’ Elsa von Freytag-Loringhoven komen haar kunstenaarschap, haar eigenzinnigheid, felheid, directheid, humor, tragiek en ‘dadaïstische’ anti-houding naar voren. Zij was tegen het establishment, tegen de gevestigde kunstwereld en had een cynische houding tegenover religie (zie ‘Holy Skirts’ in mijn vorige stukje). Nu over haar antisemitisme.

Was barones Elsa antisemitisch? Ja, ervan uitgaande dat je antisemitisme ruimer definieert dan ‘jodenhaat’, dus ook als stereotypering van Joden. Maar dat ‘ja’ moet bij Elsa genuanceerd worden, in de context van tijd en plaats. En in die van haar meer algemene anti-houding. Elsa kon mensen op ‘typisch Joodse’ kenmerken beoordelen, of het nu ging om het ‘oriëntaalse’ (grote) geslachtsdeel van een Joodse minnaar, of om bepaald gedrag. Ze maakte ook onderscheid tussen Amerikaanse en Europese Joden.

Tailend of Mistake

In haar gedicht ‘Tailend of Mistake: America’ (ingezonden voor The Little Review, ongepubliceerd, ca. 1920-1923) heeft ze het over ‘New-Zion-York’, terwijl ze in hetzelfde gedicht ook het christendom beschimpt. Ik laat dit gedicht in z’n geheel zien, omdat ze zo lekker tekeergaat.

TAILEND OF MISTAKE: AMERICA 

In this rushing – crushing – exhilarating time of universal revel – alteration – by logic’s omnipotency “putting things to right” – housecleaning – vigorous relentless – husbandry – – in New-Zion-York – – “Holy Communion” is served “soft – soft – soft” to softies – (Christians)
Excruciating pertinency! Jo-ho-ha-jeeee!
Omnipotency – unerring – unmasking consumptive – assumptive “softie Susie’s” impotence.
Malted Milkshake – haloflavor – for humble bastard cripple – Coca-Cola for bully drummer of second-hand misfit religious pants.
(Jesus Christ!)
Tailend-of-mistake – America’s “Kykianity”!

Ain’t life lark?
Very!
Keening dizzy high!
Follow agile –
Foul dumb on deaf feet
Croak on “Genickstarre – ”
Such is larklife – today!
Ja heeeeeeeeeeeeeeee!

Duidelijk anti-religie- en anti-Amerika. Het jodendom en het christendom moeten het beide ontgelden – ze vormen ‘het staartje van een vergissing’ van Amerika. Dit illustreert ze nog eens met haar samengestelde (portmanteau) woord ‘Kykianity’: een samenvoeging van ‘kyke’ met Christianity. ‘Kyke’ of ‘kike’ is een denigrerende benaming voor Jood.

Spiritual Pass

Het christendom heeft Elsa in meerdere gedichten op de hak genomen. In ‘Spiritual Pass’ (ca. 1920-1924, ongepubliceerd) gaat ze daarin behoorlijk ver. Jezus Christus wordt grof beledigd – ook als Jood.

SPIRITUAL PASS

To:
Mr. Ditched-Hitched saint.
Origin of name:
(Ditched by culture – sense
Hitched to cross job – dense) 

Trade:
Sign painter.
General description:
Obscure parentage
Not so profound – as to not
Expose hebrewsusie (common:
Jesus) in mesh mess’ mess mesh.
Wandering kyk – at present
Bumming through cross – dross –
United – States only union:
Crucifixion.
Hands – feet – abdominal organs
Marked:
Insufficient
Evasive thornimpaled smile
Vacant smirk
Befuddled lisp.
Behold: pitiful spectacle!
I wash my hands of this idiot. 

Signed:
Dictator Pontius Elsius Pilatus

In deze ‘spirituele passage’ wordt Jezus – ‘afgedankt door de cultuur, met een klus om aan het kruis vastgemaakt te worden’ – neergezet als ‘sign painter’, een schilder van tekens of symbolen (het kruis, lijkt me), bovendien van obscure afkomst (verwijzend naar de ‘onbevlekte ontvangenis’ van Maria); ‘hebrewsusie’ zal denigrerend ten opzichte van Joden bedoeld zijn, al kan ik ‘susie’ hier niet goed thuisbrengen – mogelijk ook een taalspelletje met de ‘sus’ uit ‘Jesus’. ‘Wandering kyk’: denigrerende benaming voor de mythische Wandelende Jood. De Kruisiging (‘Crucifixion’) is het enige wat de Verenigde Staten verenigt, meent Elsa. De handen, voeten en buikorganen van de gekruisigde zijn kennelijk in haar ogen onvoldoende ‘gemerkt’ (verwond). Haar verbeelding van zijn gezichtsuitdrukkingen is ronduit grof. Ze vindt het al met al maar een deerniswekkend spektakel. Getekend: Dictator Pontius ‘Elsius’ Pilatus.

Hamlet of Wedding-Ring

In The Little Review van maart 1921 is een lange tekst van Elsa von Freytag-Loringhoven opgenomen, getiteld ‘Thee I Call “Hamlet of Wedding-Ring”’. Dit blijkt het eerste deel te zijn van een pittige kritiek op William Carlos Williams’ boek van persoonlijke, poëtische beschouwingen Kora in Hell: Improvisations. Het tweede deel verscheen in het volgende nummer, een half jaar later. In dit lange epistel, als altijd in haar eigenzinnige en onnavolgbare poëtische stijl geschreven, heeft Elsa meer te zeggen over Joden, althans, in een bepaald gedeelte van haar stuk (de laatste passage van deel I en het begin van deel II). Daarin stelt ze aan de ene kant dat Amerikaanse Joden en niet-Joden elkaar niet in de weg zitten, terwijl in Europa een wederzijdse afkeer tussen christenen en joden zou bestaan; aan de andere kant meent ze dat de ‘ongewortelde’ Joden in het algemeen – altijd ‘parasieten’ op vreemde bodem – alleen maar leegte en gebrek aan hoop en zelfrespect ontwikkelen, met zelfzuchtig, tactloos en schaamteloos gedrag als gevolg.

rancune

Inhoudelijke kritiek op Williams’ boek is grotendeels tussen de regels door te lezen: ze vindt zijn bespiegelingen gekunsteld en de meer pessimistische passages in het boek een belediging voor het leven met al zijn zegeningen en tekortkomingen, met al zijn liefde en haat – pessimisme dat ook kenmerkend voor Joden zou zijn. Maar verder lees ik vooral een kritische, mede door rancune ingegeven benadering van de persoon en (verlangde) minnaar Williams zelf: ze vindt hem een slapjanus, onrijp en onzeker (vandaar de verwijzing naar de Hamlet van Shakespeare), would-be stoer, would-be kunstenaar; een middelmatige amateur; iemand die de ware kunst – in haar optiek een extatische roes – bevuilt. In het circus van de kunst (een vergelijking die Williams zelf in zijn boek maakt) is hij slechts een mislukte trainer van circusvlooien, een oppervlakkige Amerikaan zonder culturele traditie, die eigenlijk meer een brave familieman is – behalve dat hij in dronken buien nu en dan zijn vrouw mishandelt – dan iemand die daadwerkelijk avontuurlijk het leven omarmt.

atavistisch

Het jodendom wordt erbij gesleept om Williams met zijn vermeende Joodse karaktertrekken harder te treffen. Williams was niet joods, al had hij waarschijnlijk wel joodse roots van moederskant (naast Puerto Ricaanse, Franse, Duitse en Spaanse) – ze schrijft: ‘atavistically handicapped by Jewish family tradition’ (atavistisch: een verdwenen erfelijke eigenschap komt na meerdere generaties opeens weer tevoorschijn). Kortom, de W.C. Williams van Kora in Hell is niet de ‘W.C.’ die Elsa persoonlijk kent, en daar sleept zij de cultuurloze Amerikanen, het christendom en het jodendom met de haren bij. Haar buitensporig kritische stuk wordt als een van de meest spraakmakende bijdragen in de geschiedenis van The Little Review gezien.

boksbal

Of Elsa daadwerkelijk een affaire met William Carlos Williams heeft gehad, blijft onzeker. Hij had in elk geval op een bepaald moment geen zin meer in ‘that damned woman’, die hem in haar avances nogal agressief benaderde. Hij kreeg de schrik van zijn leven toen zij hem eens onder valse voorwendselen (‘noodgeval’ – hij was dokter) bij zijn auto opwachtte en hem van achteren bij zijn arm greep, wat escaleerde tot een klap in zijn nek. Kort daarna moet hij in paniek een boksbal in huis hebben gehaald om zich in de toekomst beter tegen haar te kunnen verdedigen. Bij hun eerstvolgende ontmoeting greep hij zijn kans en gaf haar een harde stomp in het gezicht.
Maar dit terzijde.

Ook terzijde: over deze affaire Elsa-W.C. Williams kon Ezra Pound niet nalaten – onder het pseudoniem Abel Sanders – een melig, dadaïstisch gedicht in The Little Review te publiceren, meteen achter deel 2 van Elsa’s anti-WCW-epistel. Het begint zo:

To Bill Williams and Else von Johann Wolfgang Loringhoven y Fulano
Codsway     bugwash
Bill’s way    backwash
FreytagElse ¾arf n’arf
Billy Sunday one harf Kaiser Bill one harf
Elseharf Suntag, Billsharf Freitag
Brot wit thranen,     con plaisir ou con patate       pomodoro
[…]

En zo gaat het nog even door. Overigens staat van deze ‘Abel Sanders’ op dezelfde pagina rechtsonder, op z’n kant:

dada / deada / what is deader / than dada

paplepel

Was barones Elsa geobsedeerd door Joden of het jodendom? Ja dus, in zekere mate, maar aan de andere kant liep ze haar vooroordelen niet continu te ventileren – in de rest van haar gedichten en teksten verwijst zij niet of nauwelijks naar de ‘Joodse kwestie’. Zij was ook geen Jodenhaatster, zij had Joodse minnaars en ging om met Joodse kunstenaars, al sluit dat antisemitisme natuurlijk niet uit. Maar van kinds af aan was zij gewend aan antisemitisme. Het militaristische Pruisen waar Elsa opgroeide was sterk nationalistisch en antisemitisch. Thuis en op school waren vooroordelen over Joden gemeengoed. Antisemitisme was er bij Elsa dus met de paplepel ingegoten. In de modernistische kringen in München, waarin Elsa eind negentiende eeuw verkeerde, bevonden zich een paar schrijvers met antisemitische opvattingen (o.a. Ludwig Klages en Alfred Schuler).

Vooroordelen over Joden en andere volken of rassen waren in de eerste decennia van de twintigste eeuw – in de christelijk-westerse wereld – relatief wijder verbreid dan in de huidige tijd, in samenhang met de historische (sociale, politieke en culturele) omstandigheden. Bovendien: Elsa integreerde zelf als immigrant vrij snel in een cultuur van meerdere volken, rassen en religies. Voor haar waren er geen drempels in de omgang met mensen met een andere culturele of raciale achtergrond.

Antisemitisme of stereotypering van Joden kwam overigens ook voor bij contemporaine modernistische schrijvers in Amerika zoals F. Scott Fitzgerald, T.S. Eliot en Ezra Pound. Pound, rond 1920-1922 een invloedrijke stem bij The Little Review, sympathiseerde in de jaren dertig steeds meer met het Italiaanse fascisme en het bijbehorende antisemitisme (hij was inmiddels naar Italië verhuisd) en betuigde openlijk steun aan Mussolini en later ook aan Hitler.

anti-alles

Barones Elsa’s antisemitisme valt natuurlijk niet goed te praten. Maar enige relativering – naast de ‘paplepel’ – is op zijn plaats, ook omdat zij tegen álles tekeerging: tegen geloofsuitingen, tegen volken. Zij haatte het christendom, zij haatte het Pruisische, ‘Teutoonse’ volk waar zij zelf uit voortkwam, zij haatte het puriteinse Amerika en de oppervlakkige, cultuurloze Amerikanen. Zij haatte de commerciële kunstwereld. Zij was anti-bourgeois, zij was dada. Met haar uitdagende uitdossingen, haar vrije kunstopvattingen, haar vrije moraal en provocerende gedrag plaatste zij zichzelf buiten de samenleving, met een continue dreiging om zelf gediscrimineerd en daadwerkelijk opgepakt te worden.

dood

Elsa’s anti-houding en compromisloosheid leidden ook tot haar voortdurende staat van armoede en toenemende depressies, en daarmee indirect tot haar (vermoedelijk zelfgekozen) dood. Djuna Barnes (zie mijn vorige stukje) had gezorgd voor publicatie van enkele van Elsa’s gedichten in Parijs; zij schreef meteen na haar dood een in memoriam dat zij vergezelde van passages uit brieven van Elsa die over zelfmoord gaan; zij had opdracht gegeven voor Elsa’s dodenmasker en een foto daarvan gepubliceerd.

Barones Elsa was in veel van haar gedichten – wars van sentiment – met de dood bezig. Een kort en krachtig gedicht is ‘STANDPOINT’ (ca. 1925, ongepubliceerd):

There is but one safe charm in life: distance.
How charming safe is death.

Elsa von Freytag-Loringhoven (Swinemünde 1874-1927 Parijs)

Literatuur, o.a.:

Irene Gammel & Suzanne Zelazo (ed.), Body Sweats. The Uncensored Writings of Elsa von Freytag-Loringhoven, Cambridge, MA (MIT Press), 2011
Irene Gammel, Baroness Elsa. Gender, Dada, and Everyday Modernity. A Cultural Biography. Cambridge, MA, London, UK (MIT Press), 2002
The Little Review 1914-1922
University of Maryland Library: het barones Elsa-archief met manuscripten van meerdere gedichten in meerdere versies
UML (barones Elsa-archief) meer gedichten
William Carlos Williams, Kora in Hell: Improvisations. Boston (The Four Seas Company), 1920: downloads

 

Advertenties